Farad (eenheid)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kleinere eenheden
Fac-
tor
Naam Sym-
bool
100 farad F
10-3 millifarad mF
10-6 microfarad µF
10-9 nanofarad nF
10-12 picofarad pF

De farad, met symbool F, is de eenheid van elektrische capaciteit, en geeft aan hoeveel lading bij een bepaalde spanning in een condensator aanwezig is. De farad is genoemd naar Michael Faraday.


  1\ \mathrm{F} = 
  1\ \frac{\mathrm{C}}{\mathrm{V}} = 
  1\ \frac{\mathrm{A\,s}}{\mathrm{V}} =
  1\ \frac{\mathrm{A^2\,s^4}}{\mathrm{kg\,m^2}}

Met

V volt
s seconde
A ampère
C coulomb
Voorbeelden van condensatoren

Condensatoren[bewerken]

Omdat de eenheid farad relatief groot is, worden in de praktijk veel vaker condensatoren gebruikt waarvan de capaciteit in picofarad, nanofarad of microfarad wordt uitgedrukt. Maar de maximale capaciteit van condensatoren wordt steeds groter. Lange tijd was 1 farad een nauwelijks voorkomende grootte, maar er is anno 2009 al een condensator leverbaar van 3 kF - 2,5 V (3000 F). Deze wordt ook wel supercondensator genoemd. Dergelijke condensatoren worden veel gebruikt voor elektronische schakelingen die moeten blijven functioneren bij stroomuitval. Een voorbeeld is fietsverlichting met leds, waar een condensator de verlichting laat branden terwijl de fietser stilstaat. In 2009 is een zaklamp met een supercondensator en leds geïntroduceerd die in 90 seconden kan worden opgeladen en dan 2 uur lang kan branden.