Naar inhoud springen

Frontbeweging

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Front Beweging
IJzertoren
Locatie
Land van hoofdzetel Vlag België België
Industrie en producten
Ideologie Vlaams-nationalisme
Doel Meer Vlaamse autonomie
Motto of slagzin Nooit Meer Oorlog, Zelfbestuur en Godsvrede
Werkgebied Vlag België België
Vlag Vlaanderen Vlaanderen
Status en tijdlijn
Vernoemd naar IJzerfront
Opgericht 1914
Opgeheven 1919
Oorzaak einde opgegaan in de Frontpartij
Organisatiestructuur
Type sociale bewegingBewerken op Wikidata
Leiding van de Frontbeweging (van links naar rechts); Filip de Pillecyn, Adiel Debeuckelaere, Frans Daels, Hendrik Borginon en Richard Dedeurwaerder.[1]

De frontbeweging is een beweging van Vlaamse intellectuelen die ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog aan het IJzerfront. Zij was uitdrukkelijk Vlaams van karakter en verzette zich in hoofdzaak tegen het Franstalige taalbeleid van het Belgisch leger. Zij was een van de drie uitingen van Vlaams-Nationalisme tijdens de Eerste Wereldoorlog, naast het activisme en passivisme. De eerste twee zouden na de oorlog bijdragen tot de oprichting van de Frontpartij.[2]

Oprichting en de eerste wereldoorlog

[bewerken | brontekst bewerken]

Vlaamsgezinden bestonden in België al sinds de 19e eeuw. Om hun doelstellingen te verwezenlijken zochten ze echter onderdak in de bestaande partijen, het grootste deel van de vlaamsgezinden situeerde zich bij de Katholieke partijen. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog bereikte het Vlaamse ongenoegen echter een eerste hoogtepunt. Zij werden geconfronteerd met een toenemend Belgisch nationalisme en een agressief en nieuw Wallingantisme, dat op dat moment ijverde voor een splitsing van België.

In 1913 werd in het parlement de zogenaamde Legerwet verworpen, die de oprichting moest voorzien van Vlaamse regimenten in het Belgisch leger. Deze verwerping had verstrekkende gevolgen voor de Vlamingen aan het front.

Na een oproep van Albert I tot de verdediging van het Belgisch grondgebied traden verschillende Vlaamsgezinden toe tot het Belgische leger in de hoop dat hun eisen zouden worden ingewilligd, waaronder bijvoorbeeld de vernederlandsing van de Universiteit van Gent.

De spanningen in het leger situeerden zich op verschillende gebieden. Zo waren de (meeste) Belgische officieren Franstalig, wat voor vele Nederlandstaligen een onoverbrugbare kloof creëerde. Dit was het gevolg van de verplichting van Frans te spreken om kans te maken op promotie, waardoor er dus (bijna) geen Nederlandstalige instroom was in het officierenkorps van het Belgische leger. Het leger was ook overwegend vrijzinnig, in schril contrast met de overwegend katholiek geloof bij de meeste vlaamsgezinden. Deze spanningen resulteerden in een nadelige behandeling van de Nederlandstaligen aan het front. Daar liep alles fout doordat gewone soldaten de bevelen van hun meerderen niet begrepen.[3] Dit laatste is althans de Vlaams-nationalistische visie op de gebeurtenissen in de Eerste Wereldoorlog, terwijl de werkelijke geschiedenis genuanceerder dient benaderd te worden. Van oktober 1914 tot september 1918 ging het Belgische leger noch vooruit noch achteruit, waarbij de meeste doden vielen bij de Duitse inval en bij het Belgische slotoffensief in september 1918, in tegenstelling tot vier tussenliggende oorlogsjaren.[4]

Het was in die omstandigheden dat een aantal Nederlandstalige intellectuelen aan het front ging ijveren voor de belangen van hun lotgenoten. De drie voornaamste figuren waren Adiel Debeuckelaere (als voorzitter), Filip De Pillecyn en Hendrik Borginon. De beweging hield zich vooral bezig met het informeren van het front door de verspreiding van brochures en blaadjes met streeknieuws.

Het jaar 1917 was opnieuw een breukjaar. Op 11 februari werd de frontbeweging door de legertop verboden, waardoor deze genoodzaakt was haar activiteiten ondergronds voort te zetten. Vanaf dit moment kreeg ze dus een clandestien karakter. In deze periode was er ook een radicalisering van de beweging merkbaar. In drie open brieven aan de koning (Koning Albert I) lichtte ze in dat jaar haar standpunten toe. De eerste verscheen op 11 juli ter ere van de Guldensporenslag, wat gezien werd als de feestdag van het vlaams-nationalisme. De brief was getiteld "Open brief aan den koning der Belgen, Albert I" en was geschreven door Debeuckelaere. Er werden duizend exemplaren van verspreid. De Nederlandstalige eisen konden samengevat worden als volgt: gelijke rechten na de oorlog. Voorts werden de Franse benoemingspolitiek, de tegenwerking van Nederlandstalige initiatieven, de censuur van de Nederlandstalige pers en de aanvallen tegen de Nederlandstaligen in de Franstalige pers aangekaart. De brief had een grote impact en zorgde voor verontwaardiging. Ogenblikkelijk werd een klopjacht ingezet op de auteurs en zelfs op de bezitters ervan. In augustus en september werd deze actie hernomen, alleen op kleinere schaal.

Wapenstilstand

[bewerken | brontekst bewerken]

In het tweede nummer van De Vliegende aktivist, een clandestien blad van voormalige activisten dat gepubliceerd werd na de Duitste bezetting in 1918, werd dit verkondigt: "Uit het Vlaanderen dat werkte gedurende de bezetting, uit het Vlaanderen van het front, uit de mannen in 't gevang, uit de duizenden Vlamingen die dagelijks gesmaad worden in de Brusselse marollenpers, wordt een revolutionair geslacht geboren". De Frontbeweging streefde naar een vorm van zelfbestuur voor Vlaanderen binnen België, maar had nog niet duidelijk bepaald hoe dat er precies moest uitzien. De voormalige-activisten gingen verder en wilden de Belgische staatsstructuur afbreken. In de loop van 1919 stelde de Frontbeweging zich open voor oud-activisten. Daardoor leek het even alsof zij de leiding van de beweging zouden overnemen.[2]

De Frontbeweging met haar geëigende karakter, een stille dood bij het einde van de oorlog. Op dat moment werden echter wel de plannen opgevat om samen met de activisten over te gaan tot een echte Vlaamse politieke partij. Deze plannen resulteerden, vooral na de openstelling voor oud-activisten, in 1919 voor de oprichting van de Frontpartij, ook wel het Vlaamsche Front genoemd. De Frontpartij nam stilaan delen van het activisme over en solidariseerde ermee, zowel met leden als ideologisch. Deze combinatie zorgde voor een nieuw soort politieke stroming, het Vlaams-nationalisme. Hierdoor word de Frontpartij als de eerste echte Vlaams-nationalistische partij in België gezien. Hoewel het Vlaams-nationalisme als bestond zouden de eerste flaminganten tot 1919 onderdak zoeken bij bestaande partijen. Vooral in de Katholieke Partij waren zij sterk vertegenwoordigd.

De IJzertoren te Diksmuide

De gesneuvelden aan het IJzerfront worden nog elk jaar herdacht aan de IJzertoren te Diksmuide, bij de IJzerbedevaart.De IJzerbedevaart is een jaarlijkse bedevaart ter nagedachtenis van de gesneuvelde Vlaamse soldaten uit de Eerste Wereldoorlog die jaarlijks in Diksmuide (Kaaskerke) gehouden wordt. Hiermee herdenken de Vlaams-nationalisten de motto en boodschap van de Frontbeweging "Nooit Meer Oorlog, Zelfbestuur en Godsvrede", later door het organiserende IJzerbedevaartcomité hertaald naar Vrede, Vrijheid en Verdraagzaamheid.

Ook worden de gesneuvelden aan het IJzerfront herdacht tijdens de IJzerwake aan het monument van de Gebroeders Van Raemdonck in Steenstrate. De IJzewake is ontstaan als radicalere afscheuring van de gematigde IJzerbedevaart in Diksmuide.

  • Boey Marcel, Tragedie 14/18, Diksmuide, Tielt, Utrecht, 1974;
  • Boijen Richard, De taalwetgeving in het Belgische leger (1830 – 1940), Brussel, 1992, p. 63 – 117;
  • De Bruyne Arthur, Jules Charpentier, afgezant van de Frontbeweging, Antwerpen, 1989;
  • De Wever Bruno, Het Vlaamsche Front, Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, deel 3, Tielt, 1998, p. 3405 – 3407;
  • Reynebeau Marc, Een geschiedenis van België, Tielt, 2003, p. 193 – 196;
  • Reynebeau Marc, Het was toch waar, in: Knack, 25 juni 2003, p. 43;
  • Ureel Lut, De kleine mens in de grote oorlog. Getuigenissen van twee generaties dorpsonderwijzers uit de frontstreek, Tielt, 1984; p. 171; p. 182 – 204;
  • Vandeweyer Luc, Frontbeweging, Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, deel 1, Tielt, 1998, p. 1210 – 1223;
  • Vanacker Daniël, De Frontbeweging. De Vlaamse strijd aan de IJzer, Koksijde, 2000;
  • Vanacker Daniël, De mythe van de 80%, Jaarboek Joris van Severen, Ieper, 2003, p. 65 – 108;
  • Willequet Jacques, Albert I Koning der Belgen, Amsterdam/Brussel, 1979, p. 114 – 119;
  • Wils Lode, Flamenpolitik en Aktivisme, Leuven, 1974.
[bewerken | brontekst bewerken]
  1. De Frontbeweging. www.dbnl.org.
  2. 1 2 Frontbeweging. encyclopedievlaamsebeweging.be.
  3. Vlamingen aan het IJzerfront: de mens achter de feiten, Molinodialoog, Winter 2014, p. 35-37 (pdf)
  4. Deneckere (G.), De Paepe (T.) en De Wever (B.). Een geschiedenis van België. Gent, Academia Press, 2011, p. 136-140