Fysische geografie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Fysische geografie of natuurkundige aardrijkskunde is die richting van de geografie die zich bezighoudt met de bestudering van de fysische of natuurkundige processen die het landschap vormen en hebben gevormd. Het is een onderdeel van de aardwetenschappen.

Kenmerken[bewerken]

Fysische geografie bestudeert voornamelijk het natuurlijk milieu terwijl de sociale geografie vooral het bewoonde deel van het aardoppervlak bestudeert. Fysische geografie is een interdisciplinaire studie op het grensvlak van de hydrologie, bodemkunde, geomorfologie, kustmorfologie, sedimentologie, geologie, paleogeografie, ecologie, biologie en klimatologie. Terwijl de klassieke geomorfologie de vormen in het landschap beschrijft en hun ontstaansgeschiedenis documenteert, bestudeert de fysische geografie de processen in het landschap en ontwikkelt numerieke computer modellen om die processen te simuleren en voorspellingen te kunnen doen over het effect van menselijk ingrijpen in het landschap of de gevolgen van klimaatverandering op het landschap en ons leefmilieu. De fysische geografie maakt veelvuldig gebruik van methoden en technieken zoals geostatistiek, geografische informatiesystemen (GIS) en aardobservatie (remote sensing) en verricht experimenteel werk in het laboratorium of in het veld.