Gamzat-bek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gamzat-bek (Arabisch: حمزة بك = Ḥamzah Bek, Avaars: ХIамзат Бек, Tsjetsjeens: Хьамзат Бек, Russisch: Гамзат-бек; Dagestan, 1789 - Khunzakh, 1 oktober (19 september) 1834) was de tweede imam het Kaukasisch Imamaat. Hij volgde Ghazi Mollah op in 1832 en heerste tot zijn dood in 1834.

Gamzat-bek was een zoon van een Avaars heersers (ook wel bei of Bek genoemd). Hij werd opgeleid door Moslim geestlijken en was een aanhanger van het Soefisme. In augustus 1834 viel Gamzat-bek Avaardse heersers aan die de Russische regering steunden en negatief stonden tegenover het Soefisme. Hij wist de Avaarse hoofdstad Khunzakh te veroveren en doodde de vrouwelijke heerser Pakhubike en haar zonen. De hierop volgende 18 maanden zou Gamzat-bek actief de Russen bevechten. Volgelingen van de Avaren, waaronder Hadji Murad, spanden samen tegen Gamzat-bek en doden hem. Leo Tolstoy heeft een verhaal hierop gebaseerd, Hadji Murat. Gamzat-bek werd opgevolgd door Imam Shamil.

Verder lezen[bewerken]