Geïntegreerde gewasbescherming

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Geïntegreerde gewasbescherming of geïntegreerde bestrijding is de bestrijding van plaagorganismen of plantenziekten in de landbouw waarbij verschillende methoden worden gebruikt, maar liefst zo weinig mogelijk chemische middelen. De term is in Nederland omstreeks 1980 ingevoerd om aan te geven dat de inzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen sterk beperkt moest worden en waar mogelijk vervangen door andere vormen van bestrijding, maar niet per se geheel afgeschaft. De aanpak maakt deel uit van wat 'geïntegreerde landbouw' wordt genoemd, een landbouw die economische doelstellingen combineert met sociale doelstellingen en doelstellingen op het gebied van natuur, milieu en dierenwelzijn.

Methoden[bewerken | brontekst bewerken]

Bij geïntegreerde bestrijding gaat het om een combinatie van verschillende methodes:

  • preventie met het doel dat het gewas niet aangetast of ziek kan worden of dat ongewenste organismen zich niet kunnen ontwikkelen. Hiervoor is van belang dat de bodemstructuur en bodembiologie van goede kwaliteit zijn. Ook het ruimen van gewasresten of besmette planten valt hieronder alsook de keuze voor resistente rassen en het beschermen van natuurlijke vijanden van de ongewenste organismen.
  • het aanpassen van teelt- of cultuurtechniek. Hiertoe behoren een zuinig gebruik van kunstmest, en op peil houden van het organische stofgehalte van de bodem, een beperkte beregening en vruchtwisseling.
  • het gebruik van alternatieve niet-chemische bestrijding zoals biologische bestrijding of mechanische bestrijding.
  • beperkte chemische bestrijding waarbij gekozen wordt voor methodes waarbij lucht, bodem of water niet of weinig belast worden en/of voor specifieke middelen, die voor andere organismen ongevaarlijk zijn. Ook is het van belang wat betreft tijdstip en locatie zeer selectief te zijn.