Vanggewas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een vanggewas kan een groenbemestingsgewas zijn dat na een hoofdgewas geteeld wordt met de bedoeling uitspoeling van meststoffen, vooral nitraat, tegen te gaan.

Een vanggewas wordt ook gebruikt bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen en het lokken van schadelijke organismen.

Maïs[bewerken]

Vanaf 2006 is het verplicht om op zand- en lössgrond direct na de oogst van snijmaïs een vanggewas in te zaaien.

Vanggewassen die geschikt zijn voor de uitzaai na de oogst van maïs zijn:

Deze gewassen kunnen bij laat zaaien nog een voldoende grondbedekking geven.

Ook kan in plaats van na de oogst Italiaans raaigras of Engels raaigras tussen de snijmaïs uitgezaaid worden.

Spuiten van gewasbeschermingsmiddelen[bewerken]

Een vanggewas kan ook een natuurlijke barrière zijn van aaneengesloten bomen zoals een windscherm, struiken of andere gewassen die het verwaaien van gewasbeschermingsmiddelen en over het blad gespoten meststoffen tegengaat. Het vanggewas moet minstens even hoog zijn als de hoogste spuitdop tijdens het spuiten.

Schadelijke organismen[bewerken]

Een vanggewas kan schadelijke organismen, zoals insecten en aaltjes lokken en er zo voor zorgen dat het hoofdgewas niet of minder aangetast wordt. Vanggewassen zoals bladrammenas worden onder andere ingezet bij de bestrijding van het bietencystenaaltje en aardappelmoeheid.