Geen kwartier (militair)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Geen kwartier geven is het in een oorlogssituatie geen genade verlenen aan een vijand, zelfs als deze zich overgeeft; men zal dus geen krijgsgevangenen maken en elke tegenstander doden.

Waar deze gang van zaken in het verleden niet ongebruikelijk was, is het in ieder geval sinds het Landoorlogreglement van 1907 verboden te verklaren dat men geen kwartier zal geven, althans voor bij dat verdrag aangesloten staten. Bij gewoonte is dit verbod echter uitgebreid naar alle strijdende partijen in internationale gewapende conflicten, en maakt het als gewoonterecht onderdeel uit van het internationaal humanitair recht.[1] Daarnaast is het in veel nationale wetgeving expliciet strafbaar gesteld, bijvoorbeeld in de Nederlandse Wet internationale misdrijven en de Belgische Wet betreffende de bestraffing van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht.

De plicht om kwartier te geven, volgt uit de regels voor de behandeling van hen die als hors de combat (buiten gevecht) moeten worden beschouwd. Dit zijn personen die bijvoorbeeld ernstig gewond zijn of duidelijk aangeven zich over te willen geven. Zij mogen niet worden gedood of verwond, zolang ze geen vijandige handelingen verrichten en niet proberen te vluchten.

Noot[bewerken]

  1. J.-M. Henckaerts en L. Doswald-Beck, Study on customary international humanitarian law, Volume I: Rules, p. 161