Geoffrey A. Landis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Landis in 2006

Geoffrey Alan Landis (Detroit, Michigan 28 mei 1955) is een Amerikaans sciencefictionschrijver.

Landis is gepromoveerd in vastestoffysica aan de Brown University en heeft meer dan 240 wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Hij werkt bij het John Glenn Research Center van NASA. Hij was lid van het Rover-team bij de Mars Pathfinder missie en van de Mars Exploration Rover-missie.

Landis heeft meer dan 60 kortere SF-verhalen gepubliceerd. In zijn harde sciencefiction combineert hij geavanceerde wetenschap en technologie met menselijke emotie. In de categorie korte verhalen won hij de Nebula Award in 1989 met Ripples in the Dirac Sea ("Golfjes op de Diraczee": DE BESTE SF VERHALEN VAN HET JAAR 1989, Wollheim). In de categorie kort verhaal won hij de Hugo Award in 1992 met A Walk in the Sun en in 2003 met Falling Onto Mars.

Landis is getrouwd met de SF-schrijfster Mary A. Turzillo en woont in Berea, Ohio.

Bibliografie[bewerken]

  • Mars Crossing (2000)
  • Impact Parameter: And Other Quantum Realities (2002 - verhalenbundel)

Externe link[bewerken]

Mars Crossing - boekbeschrijving

“Mars Crossing” is zijn eerste roman en meteen een goede binnenkomer.

Het verhaal is speelt zich af aan het eind van de jaren twintig, als er al twee Mars-expedities rampzalig zijn geëindigd, de eerste door koolmonoxide-vergiftiging en de tweede door een schimmelplaag.

De plot van het vorig jaar verschenen boek lijkt verdacht veel op die van de recente film “Red Planet”: bij aankomst van de derde expeditie op Mars blijkt het Earth Return Vehicle onbruikbaar; de enige kans op redding is een wanhopige tocht naar de retourmodule van de eerste expeditie; daarin is geen plaats voor de hele bemanning maar dat probleem lost zich vanzelf op in de loop van het verhaal.

Gelukkig houdt daarmee de gelijkenis tussen film en boek op; “Mars Crossing” heeft zoveel meer diepgang dat je zou willen dat Hollywood hier eens een film van maakte. De onfortuinlijke bemanning moet, met materiaal dat daar eigenlijk niet op berekend is, een enorme tocht maken: van Felix Dorsa op het Zuidelijk Halfrond naar de Noordpool. Daarbij kunnen ze niet om de enorme kloven van het Marinerisgebied heen.

Landis geeft prachtige beschrijvingen van Marsiaanse landschappen waar doorheen wordt gereisd en van de soms bizarre weersverschijnselen waar de reizigers mee te maken krijgen. Daarnaast zijn er flashbacks naar het verleden van de astronauten; door sommige lezers worden die als hinderlijk ervaren, maar ze geven wel een goede verklaring voor de ontwikkelingen van de karakters. Bovendien vormt het een leuk voorproefje voor als er nog eens echt zes mensen met ieder een eigen achtergrond de lange reis naar Mars zullen gaan maken.