Gerrit Arie Lindeboom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gerrit Arie Lindeboom (Bolnes, 1905 - 1986) studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1929 als arts afstudeerde en in 1930 promoveerde.

Carrière[bewerken | brontekst bewerken]

Na achtereenvolgens aan een aantal verschillende ziekenhuizen verbonden te zijn geweest, was Lindeboom van 1950 tot 1974 een van de eerste hoogleraren aan de toen nieuwe faculteit Geneeskunde van de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij interne geneeskunde en encyclopedie der medische wetenschappen doceerde. Daarnaast heeft hij zich intensief beziggehouden met medisch-ethische vraagstukken.

Medische ethiek[bewerken | brontekst bewerken]

Al vroeg toonde Lindeboom zich een markante vertegenwoordiger van de protestants-christelijke levensovertuiging. Hij trachtte zijn levensbeschouwing vruchtbaar te maken voor zijn denken over wetenschap in het algemeen en over geneeskunde, het artsenberoep en de medische ethiek in het bijzonder. Hij wees onder meer op het gevaar van een te grote invloed van het biologisch-wetenschappelijk denken in de medische praktijk, waar juist de hele mens centraal moest staan.

Met zijn Opstellen over medisch ethiek (1960) positioneerde hij zich als medisch-ethicus in de gereformeerde traditie, met oog voor veranderende omstandigheden. Zijn traditioneel–christelijke opvattingen brachten hem in de jaren zestig en zeventig van de 20e eeuw in conflict met de zich wijzigende denkbeelden in de samenleving, die zich ook aan de VU deden gelden. Die verschuivingen betreurde hij en hij trachtte daaraan ook het hoofd te bieden door zijn inzet voor de oprichting van enkele zogenoemde 'pro-life'-organisaties, waarvan de Vereniging tot bescherming van het ongeboren kind (VBOK) de bekendste is.

Het Prof.dr. G.A. Lindeboom Instituut is postuum naar hem genoemd.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]