Gezondheidswet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

De Gezondheidswet is een Nederlandse wet die werd aangenomen door het parlement in 1901 tijdens het kabinet-Pierson. Dit kabinet heeft onder meer met deze wet de basis gelegd voor verbetering van de toestanden op het gebied van de volksgezondheid en de volkshuisvesting. Door de wet werden speciale commissies ingesteld, die krotwoningen dienden te inspecteren. Het leidde ertoe dat veel krotwoningen onbewoonbaar werden verklaard.[1] De wet is daarna verschillende keren herzien, bijvoorbeeld in 1956. De wet regelt sindsdien de organisatie van de zorg voor de volksgezondheid door de oprichting, opdracht en samenstelling van:

Uitvoering door de Nationale Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ)[bewerken]

De RVZ adviseert het Nederlands Kabinet over het beleidsterrein volksgezondheid en zorg. Dat is bijvoorbeeld de ouderen-, jeugd-, geestelijke gezondheids- en ziekenhuiszorg. Het gaat daarbij om medisch-ethische, financiële en organisatorische zaken en patiëntenrechten. Maar ook over concrete kwesties zoals wachtlijsten en schaarste, verslavingsproblemen in Nederland, de taak van de gemeenten, bedreigingen voor de volksgezondheid worden adviezen gegeven.

Kosten en middelen

Ter indicatie de kosten voor 2010 zijn geraamd op 3 miljoen euro en dit wordt gefinancierd door het ministerie van VWS.

Uitvoering door de Gezondheidsraad[bewerken]

De Gezondheidsraad is een on­af­han­ke­lijk ad­vies­or­gaan die de Re­ge­ring en par­le­ment vanuit de wetenschap adviseert over de volks­ge­zond­heid en het ge­zond­heids(zorg)on­der­zoek.

Kosten en middelen

Ter indicatie de kosten voor 2010 zijn geraamd op 5,5 miljoen euro en dit wordt gefinancierd door het ministerie van VWS.

Uitvoering door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)[bewerken]

De IGZ bewaakt door effectieve handhaving van de kwaliteit van zorg, preventie en medische producten. De inspectie adviseert de Regering en maakt bij zorgaanbieders gebruik van advies, stimulans, drang en dwang om te zorgen dat de regels worden nageleefd. De provincies en gemeenten sturen aan de IGZ de verordeningen, besluiten of verslagen over volksgezondheid en geven desgevraagd inlichtingen over de volksgezondheid en over de naleving van wetten en verordeningen op dit terrein.

Kosten en middelen

Ter indicatie de kosten 2010 zijn geraamd op 43,6 miljoen euro en dit wordt gefinancierd door het ministerie van VWS.

Uitvoering door de Provinciale raden voor de volksgezondheid Brabant en Limburg (PRV)[bewerken]

Bij het voornemen tot herziening van het zorgstelsel enkele jaren geleden is de wettelijke verplichting in de Gezondheidswet tot de instelling c.a. van de PRV's al ter discussie gesteld. Dit heeft ervoor gezorgd dat de meeste provincies geen PRV meer hebben of in stand houden (onder meer Groningen, Overijssel, Zuid-Holland, Noord-Holland, Gelderland, Zeeland, Utrecht en Friesland). Dit betekent dat deze provincies expliciet of impliciet de subsidierelatie met de PRV hebben beëindigd respectievelijk het bureau van de raad hebben opgeheven. De provincie Flevoland heeft nooit een PRV gehad. Er zijn nog twee PRV's in Limburg en Brabant.

Externe links[bewerken]

  1. Hulzen, A. van (1998), Echt Utrechts. Het alledaags bestaan in de Domstad tijdens de laatste twee eeuwen. Utrecht: Bijleveld.