Gipsverband

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Een hand in gipsverband

Een gipsverband wordt toegepast bij een botbreuk of verstuiking om lichaamsdelen te fixeren.

Rollen van gaasdoek met gips zijn het meest gebruikelijk. Deze kunnen in hun geheel in water ondergedompeld worden, en daarna uitgerold en tegelijkertijd aangebracht worden. Door toevoegingen aan het gips zal het sneller uitharden. Tijdens het uitharden wordt het gips warm.

Geschiedenis[bewerken]

Het gipsverband is een uitvinding van de Nederlandse arts Antonius Mathijsen. Tijdens de vele oorlogen die in de negentiende eeuw Europa teisterden kwam de militaire arts in aanraking met slachtoffers met gecompliceerde botbreuken. De toenmalige fixatie van een gebroken ledemaat liet te wensen over. Spalken van hout en verband lieten vaak los terwijl een nieuw alternatief, het stijfselverband, dagenlang nat en zacht bleef. De moeizame fixatie kostten miljoenen soldaten en burgers ledematen of zelfs het leven.

In het militair hospitaal van Haarlem bedacht Mathijsen in 1851 dat een verband doordrenkt met gipspoeder en water binnen enkele minuten uithardt en zo een goede stabilisatie van de botbreuk bewerkstelligt. Hij publiceerde zijn vinding een jaar later. Er moest echter nog één oorlog overheen gaan voordat zijn vinding wereldwijd in zwang kwam. Vooral zijn Belgische collega’s, onder wie de uitvinder van het stijfselverband, zagen aanvankelijk niets in zijn idee.

Internationaal kreeg het gipsverband de naam Plaster of Paris, naar de grondstof calciumsulfaat, die vooral rond Parijs voorkwam. Alhoewel Mathijsen het Parijse gips wereldwijde bekendheid gaf bleek het toch al eerder gebruikt. Al sinds de tiende eeuw verbonden Arabische artsen gebroken ledematen met gips. Toch kwam Mathijsen de eer van de ontdekking toe. Zijn publicatie leidde er immers toe dat nog steeds elk ziekenhuis van de wereld, van arm tot rijk, gips als verbandmiddel gebruikt.

Na zijn pensionering ging Mathijsen in zijn geboortedorp Budel wonen. Hij stierf in 1878 op 73-jarige leeftijd in de Belgische buurgemeente Hamont. In beide dorpen zijn de sporen van Mathijsen nog zichtbaar. Hij kreeg een grafmonument naast de kerk in Hamont. Budel kent sinds 1946 het dr. Antonius Mathijsen monument. Ook het Nederlandse leger eerde hem en vernoemde het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht naar de Brabantse arts en uitvinder.

Zie ook[bewerken]