Grootstad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een grootstad (Duits: Großstadt; Frans: grande ville) is een stad met meer dan 100.000 inwoners. De term werd vastgesteld door het Internationaal Statistisch Instituut tijdens de vergadering van 1887 in Rome.[1]

Een nog grotere stad, met meer dan een miljoen inwoners, wordt een metropool genoemd.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland zijn er, anno 2020, 22 grootsteden, te weten: Amsterdam (869.709), Rotterdam (581.750), Den Haag (545.863), Utrecht (357.667), Eindhoven (233.983), Almere (213.660), Groningen (202.285), Tilburg (197.020), Nijmegen (176.669), Haarlem (162.962), Arnhem (161.961), Enschede (158.918), Breda (150.520), Amersfoort (141.000), Apeldoorn (137.085), Zwolle (129.213), Zoetermeer (125.247), Leiden (123.655), Dordrecht (119.342), Maastricht (118.636), 's-Hertogenbosch (110.790) en Delft (103.307). Van de circa 17,3 miljoen inwoners van Nederland woont circa 29,6% in steden met meer dan 100.000 inwoners.

België[bewerken | brontekst bewerken]

In België zijn er 8 grootsteden, te weten: Brussel (1.218.255), Antwerpen (529.247), Gent (263.927), Charleroi (202.746), Luik (197.217), Brugge (118.656), Namen (111.432) en Leuven (102.275). Van de circa 11,7 miljoen inwoners van België woont circa 14,6% in steden met meer dan 100.000 inwoners.

Luxemburg[bewerken | brontekst bewerken]

In Luxemburg valt sinds 2012 de hoofdstad Luxemburg onder de grootsteden. In deze stad wonen 116.328 inwoners, waarmee zo'n 18% van de inwoners van het land in een grootstad woont.