Heerlijkheid Baarsdorp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wapen van de Heerlijkheid Baarsdorp

De Heerlijkheid Baarsdorp is een (voormalige) ambachtsheerlijkheid gelegen op Zuid-Beveland in de provincie Zeeland.

Geschiedenis tot 1798[bewerken]

Hoe en wanneer de Heerlijkheid Baarsdorp precies is ontstaan is onbekend. Wel blijkt uit archeologisch onderzoek dat de nederzetting Baarsdorp is ontstaan rondom het mottekasteel Huis te Baarsdorp. De Heerlijkheid Baarsdorp moet reeds bestaan hebben in de dertiende eeuw, wat afgeleid kan worden uit het feit dat toen een zekere Petrus de Barsdorpe leefde. Zijn naam komt voor op een oorkonde uit oktober 1271, die bezegeld werd met een afbeelding van een ruiter te paard en een randschrift S'Pieter. De familie 'de Barsdorpe', van Baarsdorp, was een tak van de adellijke familie van Borssele, die zich naar de heerlijkheid had genoemd.

Onderzoek van eind jaren '80 heeft uitgewezen dat Petrus de Barsdorpe waarschijnlijk een broer genaamd Dankert had, welke is overleden vóór 1271. Pieter en Dankert waren beiden ambachtsheren van Baarsdorp. Gezien de nog niet sterke verdeling van de heerlijkheid in 1271 vermoedt historicus P.A. Harthoorn dat de heerlijkheid in dat jaar nog niet zo lang bestond. Omdat de heerlijkheid Baarsdorp niet genoemd wordt in een oorkonde uit 1206/8 plaatst Harthoorn de stichting van deze heerlijkheid tussen 1206 en 1270.

De oudst gevonden schriftelijke vermelding van de heerlijkheid zelf is uit de jaren 1315-1318, toen de rentmeester van al Zeeland de inning van achterstallige renten verantwoordde van onder andere het “ambocht in Barsdorp”. In die tijd moet er al een kerk zijn geweest, aangezien er in 1325 ene 'Petrus dictus clerk in Barsdorp' vermeld wordt. Uit oude geschriften blijkt dat er tot circa 1580 regelmatig geestelijken werden benoemd, waaruit kan worden afgeleid dat de kerk van Baarsdorp tot die tijd normaal in gebruik moet zijn geweest. In deze tijd waren de meeste deeleigenaren van de Heerlijkheid Baarsdorp ook eigenaar van de Heerlijkheid Sinoutskerke.

In de zestiende eeuw waren leden van het adellijke geslacht Van de Waerde eigenaar van de heerlijkheid en van het slot Huis te Baarsdorp. Zij waren afstammelingen van Jhr. Hugo Jans Zoone van den Waerde, die in 1429 door Jacoba van Beieren, Gravin van Holland, beleend met de heerlijkheid. Er zijn geen aanwijzingen dat deze familie permanent op het slot verbleef, vermoedelijk was dit alleen in gebruik als zomerverblijf of als jachtlokatie. Laat in de zestiende eeuw raakte het slot in verval en werd daarom in de eerste helft van de zeventiende eeuw afgebroken. Het verlies van het slot was wellicht het duidelijkste teken van de achteruitgang van Baarsdorp.

Deze achteruitgang had al ingezet toen de kerk van Baarsdorp, als gevolg van de Reformatie aan het eind van de zestiende eeuw, buiten gebruik gesteld. Hierna zijn er vermoedelijk geen hervormde diensten meer gehouden. Als gevolg hiervan werd Baarsdorp kerkelijk afhankelijk van 's-Heer Arendskerke. In dezelfde tijd raakte Baarsdorp ook haar molen kwijt, waarna alleen nog een torenklok resteerde en een kleine 100 inwoners.

In de achttiende eeuw veranderde er aanvankelijk weinig in Baarsdorp. Wel werd de kerk gerestaureerd en jaarlijks werd daarin één dienst gehouden, op Pinkstermaandag. Voor de rest van het jaar was men aangewezen op de kerk van 's-Heer Abtskerke. Met de Staatsregeling van 1798, werd de heerlijkheid als zelfstandig rechtsgebied opgeheven, en kwam daar de gemeente Sinoutskerke en Baarsdorp voor in de plaats.

Moderne geschiedenis[bewerken]

Nadat heerlijkheden in publiekrechtelijke zin in 1798 waren opgeheven, werden deze in 1814 door Koning Willem I gedeeltelijk hersteld. Hierdoor kregen de ambachtsheren van Baarsdorp een aantal van hun rechten terug. Het recht op overheidsgezag waren zij echter definitief kwijt geraakt, waardoor heerlijkheden tegenwoordig slechts in privaatrechtelijke zin kunnen bestaan.

De resterende rechten van de heerlijkheid en de daarbij horende grond waren door de eeuwen heen in eigendom van diverse families. Zo kwam het dat de Heerlijkheid Baarsdorp in 1851 zeven eigenaren (ambachtsgerechtigden) had, waaronder leden van het adellijk geslacht De Perponcher Sedlnitsky. Nog steeds waren de eigenaren van de Heerlijkheid Baarsdorp ook eigenaar van de Heerlijkheid Sinoutskerke. In het laatste decennium van de 19e eeuw waren er nog maar drie eigenaren, waaronder een jonkheer uit de familie van Citters, die de heerlijkheden los van elkaar verkochten. De familie van Huykelom van de Pas is tegenwoordig eigenaar van de Heerlijkheid Baarsdorp en de familie van Rossem eigenaar van de Heerlijkheid Sinoutskerke. Laatstgenoemde familie, die enige bekendheid geniet als eigenaar van Slot Lebensberg in Tscherms (Italië), noemt zich 'van Rossem van Sinoutskerke', naar voornoemde heerlijkheid.

Voor wat betreft Baarsdorp zelf: In het landschap van Baarsdorp is de geschiedenis nog steeds zichtbaar. Een voorbeeld hiervan zijn de vliedbergen, waar eens de (motte)kastelen op stonden, die boven de weilanden uitsteken. Van de kerk in Baarsdorp resteert nog de kerkmuur, die in de jaren 70 en in 2003 grondig zijn gerestaureerd door haar eigenaar, de Stichting het Zeeuws Landschap.

Wapen[bewerken]

Het wapen van de Heerlijkheid Baarsdorp wordt als volgt beschreven: "In sabel een dwarsbalk van zilver, over alles heen een schuinkruis van keel". Het wapen wordt ook genoemd in de Nieuwe Cronyk van Zeeland uit 1696 van Mattheus Smallegange. Volgens Smallegange was het wapen oorspronkelijk het familiewapen van de familie van Baarsdorp, een jongere tak van het adellijke geslacht van Borssele. Het wapen van de voormalige gemeente Sinoutskerke en Baarsdorp is hetzelfde als dat van de Heerlijkheid Baarsdorp. Dit wapen is bevestigd als gemeentewapen van Sinoutskerke en Baarsdorp bij besluit van de Hoge Raad van Adel van 31 juli 1817. De heerlijkheid Sinoutskerke heeft overigens geen eigen historisch wapen.