Heerlijkheid Sinoutskerke en Baarsdorp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Wapen van de heerlijkheid Sinoutskerke en Baarsdorp

De heerlijkheid Sinoutskerke en Baarsdorp is een (voormalige) ambachtsheerlijkheid gelegen op Zuid-Beveland in de provincie Zeeland. Oorspronkelijk waren dit twee aparte heerlijkheden, die in de loop van de zestiende eeuw zijn samengevoegd.

Geschiedenis tot 1798[bewerken | brontekst bewerken]

Van de meeste dorpen in de Zak Zuid-Beveland is geen doorlopende geschiedenis te schrijven wegens gebrek aan archiefmateriaal. Dit is te danken aan een gemeentesecretaris van Heinkenszand die in 1850 besloot het gemeentearchief volledig op te ruimen.

Van de vroege geschiedenis van Sinoutskerke is hierdoor zeer weinig bekend. Omdat Sinoutskerke in een oorkonde over de verdeling van tienden uit 1196 genoemd wordt als parochie, ligt het voor de hand dat de stichting van de heerlijkheid ergens in eerste helft van de twaalfde eeuw heeft plaats gevonden.

Van de heerlijkheid Baarsdorp weten we iets meer. Zij moet reeds bestaan hebben in de dertiende eeuw, wat afgeleid kan worden uit het feit dat toen een zekere Petrus (Pieter) de Barsdorpe leefde. Zijn naam komt voor op een oorkonde uit oktober 1271, die bezegeld werd met een afbeelding van een ruiter te paard en een randschrift S'Pieter.[1] De familie 'de Barsdorpe', van Baarsdorp, was naar verluidt een tak van de adellijke familie van Borssele, die zich naar de heerlijkheid had genoemd.

Gezien de nog niet sterke verdeling van de heerlijkheid in 1271 vermoedt historicus P.A. Harthoorn dat de heerlijkheid in dat jaar nog niet zo lang bestond. Omdat de heerlijkheid Baarsdorp niet genoemd wordt in een oorkonde uit 1206/8 plaatst Harthoorn de stichting van deze heerlijkheid tussen 1206 en 1270.[2]

De oudst gevonden schriftelijke vermelding van de heerlijkheid Baarsdorp zelf is uit de jaren 1315-1318, toen de rentmeester van al Zeeland de inning van achterstallige renten verantwoordde van onder andere het “ambocht in Barsdorp”. In die tijd moet er al een kerk zijn geweest, aangezien er in 1325 ene 'Petrus dictus clerk in Barsdorp' vermeld wordt. In de loop van de zestiende eeuw is de heerlijkheid Baarsdorp formeel samengevoegd met de heerlijkheid Sinoutskerke, terwijl de heerlijkheden wel ieder hun eigen gerecht bleven houden.

Met de Staatsregeling van 1798, werd de heerlijkheid Sinoutskerke en Baarsdorp als zelfstandig rechtsgebied opgeheven, en kwam daar de gemeente Sinoutskerke en Baarsdorp voor in de plaats.

Moderne geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Nadat heerlijkheden in publiekrechtelijke zin in 1798 waren opgeheven, werden deze in 1814 door Koning Willem I gedeeltelijk hersteld. Hierdoor kregen de ambachtsheren van Sinoutskerke en Baarsdorp een aantal van hun rechten terug. Het recht op overheidsgezag waren zij echter definitief kwijt geraakt, waardoor een heerlijkheid slechts nog kan bestaan als een complex van resterende heerlijke rechten en de daaraan verbonden onroerende zaken.[3]

De resterende rechten van de heerlijkheid en de daarbij horende grond waren door de eeuwen heen in eigendom van diverse families. In 1851 had de heerlijkheid Sinoutskerke en Baarsdorp zelfs zeven eigenaren (ambachtsgerechtigden), waaronder leden van het adellijk geslacht De Perponcher Sedlnitsky die al zo'n honderd jaar mede-eigenaar waren.[4] In het laatste decennium van de 19e eeuw waren er nog maar drie eigenaren, waaronder een lid uit het adellijke geslacht van Citters en een lid van het geslacht Lenshoek, die de heerlijkheid verkochten aan rechtsvoorgangers van de huidige eigenaars. De familie van Huykelom van de Pas is tegenwoordig eigenaar van de heerlijkheid Sinoutskerke en Baarsdorp.[5].

Op 11 januari 2019 zijn de (resterende rechten van de) heerlijkheid Sinoutskerke en Baarsdorp toegelaten tot het Netwerk Immaterieel Erfgoed van Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland.[6] De uitoefening van de rechten is ondergebracht in een kleine vrijwilligersorganisatie die daarmee tracht de bekendheid van het gebied en haar geschiedenis te vergroten.

Wapen[bewerken | brontekst bewerken]

Het wapen van de heerlijkheid Sinoutskerke en Baarsdorp wordt als volgt beschreven: "In sabel een dwarsbalk van zilver, over alles heen een schuinkruis van keel". Het wapen was oorspronkelijk in gebruik bij het geslacht Van Baersdorp, mogelijk een zijtak van het geslacht Van Borsele. Het wapen wordt als zodanig ook genoemd in de Nieuwe Cronyk van Zeeland uit 1696 van Mattheus Smallegange.[7]

Later is dit wapen ook gebruikt als wapen van de voormalige gemeente Sinoutskerke en Baarsdorp. Dit wapen is bevestigd als gemeentewapen van Sinoutskerke en Baarsdorp bij besluit van de Hoge Raad van Adel van 31 juli 1817.[8]