Heilige (boeddhisme)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dhamma wiel

Boeddhisme

Concepten
Geschiedenis
Stromingen
Geschriften
Tempels
Devotie
Per land
Termen
Van A tot Z
Dhamma wiel

Een heilig persoon in het boeddhisme wordt ook wel een 'Ariya' (Pali; een nobele) of 'Arya' (Sanskriet) of 'Ariya-Puggala' (Pali: nobel persoon) genoemd. Een heilige heeft het Nibbana – de verlichting – behaald of behaalt dit zonder twijfel in een leven in de nabije toekomst.

De term wordt ook gebruikt voor degenen die het pad bewandelen, maar nog niet verlicht zijn. Volgens het Theravada gebeurt dit dan binnen zeven wedergeboortes. Binnen het Mahayana-boeddhisme worden de Bodhisattvas – zij die het pad zijn ingetreden – als heiligen beschouwd, ongeacht de weg die zij nog moeten gaan.

Typen heiligen[bewerken]

Er zijn 4 typen heiligen, in toenemende graad van verlichting of heiligheid: de Sotapanna, de Sakadagami, de Anagami en de Arahant.

De Boeddha wordt ook beschouwd als een heilige, maar van een hoger niveau omdat een Boeddha zeldzamer is en een wereldleraar, die effect op de gehele mensheid heeft. De gemeenschap van vier typen heiligen (zonder de Boeddha) vormt samen de nobele Sangha. De heiligen hebben allemaal de Dhamma zelf gezien of gerealiseerd, en weten daardoor wat verlichting is. Een Arahant en een Boeddha zijn echter de enigen wier hart compleet met de Dhamma in overeenstemming is gebracht, en zij hebben daardoor het Nibbana behaald.

Naarmate iemand het Achtvoudig Pad verder betreedt en een (hogere) graad van heiligheid behaald, maakt hij zichzelf los van de tien mentale ketens (Pali: samyojana) waar mensen normaal gesproken aan 'vast' gebonden zijn. Deze ketenen zijn niet fysiek maar mentaal, en een Boeddha en een Arahant hebben zich compleet vrijgemaakt van deze ketenen.

Kenmerken van een volledig heilige[bewerken]

Van een volledig heilige in het boeddhisme (een Boeddha of een Arahant) kan het volgende gezegd worden:

  • hij heeft het achtvoudige pad belopen tot aan het eind
  • hij heeft de vier nobele waarheden in al haar (12) aspecten begrepen
  • hij ziet en begrijpt de Dhamma
  • zijn hart en geest zijn in overeenstemming met de Dhamma
  • hij is volledig ontwaakt aan de werkelijkheid
  • hij heeft geen fout beeld van 'zichzelf' meer
  • hij is vrij van het lijden
  • zijn geest is volledig gepurificeerd, helder en vredig in zichzelf
  • hij weet welke acties goed zijn en doet geen acties die slecht zijn voor hemzelf, voor anderen of voor beiden
  • hij heeft het Nirvana behaald en ervaart geen begeerte (verlangen), aversie (haat) en verwarring (ignorantie) meer
  • hij is vrij geraakt van de tien ketens
  • hij is vrij van het leven in samsara
  • na zijn overlijden (parinibbana) vindt er geen wedergeboorte plaats