Hendrik IV van Limburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hendrik IV van Limburg
circa 1200-1246
Hertog van Limburg
Periode 1226-1246
Voorganger Walram III
Opvolger Walram IV
Graaf van Berg
Periode 1225-1246
Voorganger Engelbert II
Opvolger Adolf IV
Vader Walram III van Limburg
Moeder Cunegonde van Lotharingen

Hendrik IV van Limburg (rond 1200 - 25 februari 1246) was de stichter van het Limburgse Huis in het graafschap Berg in het Rooms-Duitse Rijk. Hij was zowel graaf van Berg (1225-1246), via zijn vrouw Irmgard van Berg, als hertog van Limburg (1226-1246) via zijn vader. De unie van Limburg en Luxemburg, zoals deze bestond bij zijn vader, Walram III van Limburg, ging verloren aangezien zijn jongere stiefbroer Hendrik de Blonde graaf van Luxemburg werd en Hendrik dus het stamland Limburg kreeg. Hendrik werd Heer van Monschau (1221-1226) dankzij zijn moeder.

Familie[bewerken]

Hendrik was de oudste zoon van hertog Walram III van Limburg, tevens graaf van Luxemburg, met zijn eerste vrouw Cunegonde van Lotharingen. Zijn opvoeding was gericht op het toekomstig bestuur in het stamland Limburg. Hij huwde in 1217 met Irmgard van Berg, de erfprinses van het graafschap Berg, een graafschap gelegen aan de rechteroever van de Rijn[1]. In 1218 sneuvelde zijn schoonvader Adolf III op kruistocht. Noch zijn vrouw noch hijzelf kregen het bestuur van Berg te pakken. Prins-bisschop Engelbert van Keulen bestuurde Berg ondertussen al tijdens de kruistocht van Adolf III, en bleef zitten op de troon van Berg [2]. Hendrik verwierf de heerlijkheid Monschau (1221), gelegen net buiten het hertogdom Limburg.

Graaf van Berg[bewerken]

Na de moord op Engelbert van Keulen (1225) eigende Hendrik zich het bestuur van Berg toe. De Limburger begon hierop een jarenlange oorlog tegen graaf Adolf I van der Mark. Deze laatste zat in een dynastiek gevecht met familieleden van Mark verwikkeld omwille van een fusie van graafschappen. Deze fusie leidde bovendien naar een constant conflict met de Keulse aartsbisschoppen, die zich bemoeiden met de vechtende adel. Deze gevechten vormden de essentie van Hendriks beleid in Berg.

Ook hertog van Limburg[bewerken]

Na de dood van zijn vader, Walram III van Limburg (1226), werd Hendrik hertog van Limburg. Hij gaf Monschau door aan zijn broer Walram van Limburg (gestorven 1242). In de jaren 1228-1229 was hij één van de legeraanvoerders op de Zesde Kruistocht[3]. De Rooms-Duitse keizer Frederik II, wiens politiek Hendrik steeds steunde, bereikte Jeruzalem. Na zijn terugkeer in het Rijnland herbegon Hendrik de oorlogen, dit maal tegen de prinsbisschop van Luik en tegen Koenraad van Hochstaden, prins-aartsbisschop van Keulen[4]. Hij reisde tweemaal naar koning Hendrik III van Engeland, om het huwelijk van keizer Frederik II te regelen. Naar het einde van zijn leven was Hendrik bereid tot het sluiten van vredesakkoorden.

Erfopvolging[bewerken]

Hendrik stierf in 1246 op een onbekende plaats. Zijn twee vorstendommen werden verdeeld tussen zijn twee zonen. Zijn oudste zoon Adolf IV (circa 1220 - 1259) koos voor Berg, met al haar machtspolitiek aan de Rijn; zijn jongste zoon Walram IV (-1279) koos voor het oude (en kleine) stamland Limburg.