Hertog van Edinburgh

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Hertog van Edinburgh naast zijn vrouw, de koningin van Groot-Brittannië

Hertog van Edinburgh (Engels: Duke of Edinburgh) is een Britse dynastieke titel.

De titel werd voor het eerst gecreëerd in 1726 door koning George I voor de zoon van de prins van Wales, Frederik Lodewijk. In 1727, nadat zijn vader koning van Groot-Brittannië was geworden, kreeg Frederik ook de titel prins van Wales en werd troonopvolger. In 1751 stierf hij, voor zijn vader, en beide titels gingen over op zijn zoon, prins George. Toen deze in 1760 koning werd, ging de titel hertog van Edinburgh op in de kroon.

De nieuwe koning beleende in 1764 zijn jongere broer Willem Hendrik met de titel hertog van Gloucester en Edinburgh. Na zijn dood werd de titel door zijn zoon geërfd, Willem Frederik. Hij stierf kinderloos in 1834 en de titel stierf uit.

Koningin Victoria gaf de titel in 1866 aan haar tweede zoon, prins Alfred, die in 1893 regerend hertog van Saksen-Coburg en Gotha werd. Aangezien hij maar een zoon had die voor hem overleed, stierf ook de titel weer uit.

De titel werd voor het laatst in 1947 gecreëerd door George VI voor Philip Mountbatten, de man van zijn dochter, de toekomstige koningin Elizabeth II. Tot haar troonsbestijging in 1952 waren de naam en titels van Elizabeth officieel: hare koninklijke hoogheid prinses Elizabeth, hertogin van Edinburgh. Prins Philip draagt voorts de aanvullende titels: baron Greenwich en graaf (earl) van Marioneth.

Hertog van Edinburgh, eerste creatie (1726)[bewerken]

Hertog van Gloucester en Edinburgh (1764)[bewerken]

Hertog van Edinburgh, tweede creatie (1866)[bewerken]

Hertog van Edinburgh, derde creatie (1947)[bewerken]

  • 1947-heden: Philip (1921), 1e hertog van Edinburgh

Zie ook[bewerken]