Historia Augusta

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Historia Augusta is de benaming van een bundel van dertig biografische boeken die de levens van keizer Hadrianus tot en met Numerianus (van 117 tot 284 na Chr.) beschrijven. De naam Historia Augusta, te vertalen als "verheven geschiedenis" of "geschiedenis van de keizers", werd in 1603 bedacht door de Engelse geleerde Isaac Casaubon[1].

Ontstaan[bewerken]

In 1889 heeft Hermann Dessau in zijn artikel Über Zeit und Persönlichkeit der Scriptores Historiae Augustae aangetoond, dat Historia Augusta vermoedelijk is geschreven door één auteur aan het eind van de vierde eeuw, tijdens de regering van Theodosius I. Deze ene auteur zou dan, bij wijze van manuscriptfictie, hebben doen voorkomen alsof de tekst in de eerste helft vierde eeuw was geschreven door zes verschillende auteurs.

De aanvaarding van deze these drong slechts langzaam door, maar er zijn vandaag weinig geleerden overgebleven die nog geloven dat de Historia Augusta inderdaad door zes auteurs in de periode 300-350 is geschreven. Aanvaardt men deze moderne visie, dan kan het werk, dat alleen heidense keizers beschrijft, worden bezien in de context van de toenmalige polemiek tussen het christendom en de traditionele Romeinse religies.

Tot 1889 zag men het werk echter anders en accepteerde men het zoals het zich leek te presenteren: dertig boeken op naam van zes auteurs, te weten Aelius Lampridius, Aelius Spartianus, Iulius Capitolinus, Vulcacius Gallicanus, Trebellius Pollio en Flavius Vopiscus. Deze auteurs pretenderen te schrijven in de eerste helft van de vierde eeuw, de tijd van de keizers Diocletianus en Constantijn de Grote aan wie de meeste biografieën zijn opgedragen.

Bronnen[bewerken]

De Griekse geschiedschrijvers Herodianus en Cassius Dio, die schreven in het eerste kwart van de derde eeuw en bewaard zijn, werden door de auteur(s) van de Historia Augusta gebruikt. Tot de bronnen van de Historia Augusta behoren mogelijk ook de nu verloren keizerbiografieën van de auteurs Marius Maximus, Dexippus, Eunapius, en de zogeheten Enmannsche Kaisergeschichte.

Evaluatie[bewerken]

De Nederlandse historicus Jona Lendering beschouwt de Historia Augusta als een antieke mockumentary: een nep-documentaire[1], geschreven ten tijde van bijvoorbeeld Julianus Apostata (361-363) (die de Romeinse godenverering in ere herstelde), of ten tijde van Theodosius I (379-395) of Honorius (395-423), met als semi-heimelijke boodschap dat uit de glans van de Romeinse geschiedenis blijkt, dat de pre-christelijke traditionalisten het juist hadden, en christendom historisch gezien een on-Romeinse activiteit was.

De doelgroep van de auteur zou dan de gelovige niet-christelijke (oftewel heidense) Romeinse senatoriale elite uit zijn tijd zijn geweest.

De auteur zou dan met dit werk een amusant spel ‘verstoppertje’ hebben gespeeld. Hij introduceert volgens Lendering grote hoeveelheden verzonnen informatie, en grote aantallen verzonnen bron-documenten. Ook schildert de auteur bijvoorbeeld een relatief gunstig beeld van keizer Heliogabalus, en beschuldigt dan ándere auteurs ervan, beschuldigingen tegen Heliogabalus te hebben verzonnen om deze keizer in diskrediet te brengen… de goede verstaander zou dan hebben begrepen dat hij juist die ‘onjuiste beschuldigingen’ moest geloven…

Het artikel in de Engelse Wikipedia stelt, dat Historia Augusta over het algemeen genomen niet historisch betrouwbaar is, maar op sommige punten toch weer wél betrouwbaar... Het artikel verwijst daarbij naar vijf Engelstalige studies.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties