Homerische vergelijking

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een homerische vergelijking is een uitgebreide vergelijking, volgens het schema "zoals bijzin over datgene waarmee vergeleken wordt, zo hoofdzin over dat wat vergeleken wordt". De homerische vergelijking dankt haar naam aan Homerus, de dichter van de Ilias en de Odyssee, waarin dit type vergelijking veel voorkomt.

Meer algemeen is een homerische vergelijking ook een breedsprakige vergelijking, waarbij de schrijver zo opgaat in het vergelijken, dat hij dingen noemt die geen verwantschap meer hebben met het beeld.

Functie[bewerken]

De vraag naar welke functie heeft nu zo'n lange vergelijking heeft vaak voor discussie gezorgd tussen verschillende onderzoekers. Toch kan men algemeen stellen dat zo'n vergelijking één van deze vier functies heeft:

  • informatief: het geeft extra informatie
  • illustratief: gewoon opsmuk
  • pathos oproepen: de gevoelens benadrukken
  • tijdloos karakter

Voorbeelden[bewerken]

  • Zoals in de bergen een havik,
    vlugger vliegt dan al wat er vliegt, op een schichtige duif komt gestreken
    – deze wiekt zijdelings weg, maar de havik, telkens weer stotend,
    schiet en schiet op haar af met snerpende kreten: zijn
    vraatzucht spoort hem tot grijpen – zo snelde toen ook Achilles naar voren,
    vol van begeerte.
    (Homerus, vertaling: A. Timmerman)
    Hier lijkt vooral het illustratieve naar boven te komen. Homerus illustreert de snelheid van Achilles.
  • Hij ontstak in gramschap, heftig als die van
    een Amsterdammer aan een autostuur,
    die, rijdend door rood licht, komende van links,
    moet wijken voor een ander, die van rechts
    door groenlicht nadert, o het schrijnend onrecht
    hoe een tweewerf geprivilegeerde
    een eerlijk man belaagt... Zo was zijn toorn.
    (L.Th. Lehmann, uit Toeschouw)
    Hier is dan weer een duidelijk voorbeeld van het oproepen van pathos. De gramschap en toorn van de man worden benadrukt.
  • Was zo de zee? Neen, neen, een stad geleek
    ze, pleinen en straten in de kermisweek,
    boerinne' en boeren, en muziek en dans
    in de herbergen en in lichte krans
    om elke markt de snuisterijenkramen.
    Of als een koning komt en alle ramen
    zijn licht des avonds en uit ieder dak
    een witte vlag. Zo was de zee. Er stak
    een vlag van alle gevels, achter 't raam
    der golven brandden rijen lichten, saam
    liep heel het volk ..."
    (Herman Gorter, uit Mei)
    Ook hier wekt de vergelijking alleen het illustratieve op.

Zie ook[bewerken]