Implanteerbare cardioverter-defibrillator

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
ICD

Een implanteerbare cardioverter-defibrillator, ook wel in het Engels Implantable Cardioverter Defibrillator, afgekort ICD, is een inwendige defibrillator. Dit is een apparaatje dat een hevige elektrische schok aan het hart kan geven in het geval van een levensbedreigende hartritmestoornis. De patiënt krijgt de schok, anders dan bij een defibrillatie van buiten, nu van binnenuit toegediend. Moderne ICD's hebben ook functies die voorheen door pacemakers werden verricht. Daarnaast heeft een ICD soms ook een werking als een biventriculaire pacemaker

Werking[bewerken]

De ICD bewaakt continu het hartritme. Zolang dat binnen normale grenzen ligt, doet de ICD niets. Wordt het hartritme te traag (afhankelijk van de instelling, meestal kleiner dan 40-45 slagen per minuut) dan gaat hij net als een pacemaker het hart met (niet gevoelde) elektrische schokken stimuleren. Als het hartritme te hoog is, dan zijn er twee opties:

  • Tussen ongeveer 150 tot 190 slagen per minuut gaat de ICD ervan uit dat het een ventrikeltachycardie betreft. Deze kan hij overpacen (ook wel anti-tachy pacing genoemd). Daarbij probeert de ICD de ritmestoornis te beëindigen door het hart op een iets hogere frequentie te stimuleren. Lukt het na meerdere pogingen niet om een normaal hartritme te herstellen dan volgt een schok.
  • Komt het hartritme boven de 190 slagen per minuut, dan gaat de ICD ervan uit dat het ventrikelfibrilleren betreft. Er wordt dan direct overgegaan tot een schok.

Een ICD-schok is een krachtige elektrische puls van maximaal 37 joule die in bijna 100% van de gevallen ernstige hartritmestoornissen beëindigt. Bij een ernstige hartritmestoornis is er sprake van onvoldoende bloedcirculatie en verliest de patiënt binnen seconden volledig of gedeeltelijk het bewustzijn.

Men spreekt van een onterechte schok wanneer de ICD een schok geeft, zonder dat er sprake was van een levensbedreigende ritmestoornis. Een schok, terecht of onterecht, kan door een niet-bewusteloze patiënt als pijnlijk worden ervaren.

Indicaties[bewerken]

De indicaties zijn in te delen in 2 groepen, namelijk uit profylactisch oogpunt en uit therapeutisch oogpunt. Profylactisch betekent dat er een sterk verhoogd risico is op het ontstaan van ventrikelfibrilleren, maar dit nog nooit heeft plaatsgevonden. Therapeutisch betekent dat er al een levensbedreigende kamerritmestoornis is geweest, hetzij ventrikelfibrilleren hetzij een symptomatische ventrikeltachycardie.


Profylactische indicaties

  • Patiënten met een doorgemaakt hartinfarct met een linkerkamerejectiefractie van ≤ 35% en een NYHA klasse van tenminste II. (Ejectiefractie betekent: de hoeveelheid bloed die per slag wordt uitgepompt. Normaal is dit ca 60%).
  • Patiënten met een niet-ischemische cardiomyopathie met een linkerkamerejectiefractie van ≤ 35% en een NYHA klasse van tenminste 2.
  • Zeldzame aangeboren of verworven elektrische hartziekten of hartspieraandoeningen met een hoge kans op ventrikelfibrilleren, zoals een lang QT syndroom, Brugada syndroom, aritmogene rechterkamer dysplasie, of hypertrofische obstructieve cardiomyopathie, mits daarbij sprake is van één of meerdere, per aandoening verschillende, risicofactoren, zoals bijvoorbeeld een onbegrepen syncope of de aanwezigheid van nonsustained (kortdurend en asymptomatische) ventrikeltachycardiën.
  • Bij het Brugada syndroom en een aritmogene rechterkamer cardiomyopathie: een onbegrepen syncope in combinatie met middels elektrofysiologisch onderzoek opwekbare ventriculaire ritmestoornissen gepaard gaande met hemodynamische instabiliteit.

Therapeutische indicaties.

Levensduur[bewerken]

De levensduur van huidige ICD's is ongeveer 8 tot 10 jaar en is afhankelijk van het aantal afgegeven schokken en het aantal overige therapieën die de ICD geeft (pacen en overpacen). De levensduur wordt bepaald door de batterij. Vervangen van de batterij is niet mogelijk, de hele ICD moet dan vervangen worden. De in het hart liggende elektrode kan vaak wel opnieuw gebruikt worden.

Nieuwe ontwikkelingen[bewerken]

Nog nieuwer zijn de subcutane ICD's. Doordat ICD-batterijen steeds krachtiger worden, hoeft de ICD niet meer met draden naar het hart aangebracht te worden. Dit voorkomt gevaarlijke infectieproblemen, aangezien de ICD en de elektrodes zich dan tussen de ribben en de huid bevinden. Daardoor wordt de operatie een stuk eenvoudiger. Een ICD wordt tegenwoordig veelal onder plaatselijke verdoving geplaatst.

Externe links[bewerken]