Incidentie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de epidemiologie verstaat men onder de incidentie van een aandoening in een specifieke populatie het relatieve aantal nieuwe gevallen van die aandoening per tijdseenheid. Meestal wordt de incidentie opgegeven als het aantal nieuwe gevallen per duizend personen per jaar; soms ook per honderdduizend per jaar.

De incidentie moet niet worden verward met de prevalentie, die aangeeft hoeveel mensen uit een gegeven aantal op enig moment de aandoening hebben. Een hoge incidentie betekent dat veel mensen die aandoening weleens krijgen. Bij een kwaal die meestal snel geneest kan de incidentie dus hoog zijn (veel mensen lopen de kwaal af en toe op), terwijl de prevalentie beperkt blijft: op geen enkel moment zijn er veel mensen die eraan lijden. Voorbeelden zijn wespensteken en verkoudheid. Bij blijvende of chronische aandoeningen is het omgekeerd: weinig mensen lopen een volledige dwarslaesie op (lage incidentie), maar doordat deze als onherstelbaar geldt, is de prevalentie toch nog vrij hoog.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]