Initiaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Letter S uit een Moralia in Job, twaalfde eeuw abdij van Cîteaux.

Een initiaal is de beginletter van een woord, zin, alinea of hoofdstuk. Het woord initiaal komt uit het Latijn van initium, begin, en betekent: Aan het begin staand.

Een versierde en vergrote letter werd in middeleeuwse handschriften en soms ook in latere teksten gebruikt om de tekst te structureren. Men gebruikte geen inhoudslijst, maar dankzij de miniaturenen initialen van verschillende grootte werd de tekst logisch ingedeeld. De versiering van letters kon allerlei vormen aannemen, zo kwam het voor dat letters werden vervangen door objecten. Zo verwees een persoon met uitgestrekte armen naar de letter T en kon een ronde bloem verwijzen naar de letter O.[1] Een prachtig voorbeeld hiervan is de letter S hierbij.

Bij het benoemen van personen worden soms initialen gebruikt. Deze bestaan dan uit de voorletter(s) en de eerste letters van de achterna(a)m(en). De in hoofdletters geschreven naam en voornaam van een persoon wordt ook onder het begrip initialen gerekend. De reden van de eerste letters is om het kort te houden, soms om een zekere anonimiteit te waarborgen. Bij rechtsprocedures wordt in de pers nogal eens volstaan met het weergeven van initialen.

Een paraaf bestaat meestal uit de (meer of minder sierlijk) geschreven initialen.

Een initiaal kan ook een bijzondere vorm van afkorting zijn, een belangrijk voorbeeld van een initiaal, die als afkorting dient, is INRI.

Geschiedenis[bewerken]

Initialen werden vrij laat geïntroduceerd in geschriften. In oude klassieke codexen tot de zevende eeuw wordt de tekst volledig in kapitalen geschreven zonder spaties tussen de woorden. Men gebruikte hierbij initieel veelal de capitalis rustica en de capitalis quadrata. Gebruik van initialen was in de klassieke oudheid onbestaand. In de periode dat de overgang werd gemaakt van papyrus naar perkament en van boekrol naar codex, tussen de 2e en de 4e eeuw, ging men meer en meer gebruik maken van de unciaal en vanaf de 5e eeuw gaat men de half-unciaal gebruiken als boekschrift, het eerste minuskelschrift.

Het is vanaf ca. de vierde eeuw dat men initialen in de tekst gaat gebruiken in de vorm van vergrote hoofdletters. Het gebruik van initialen was een gevolg van het schrijven in pagina's die snel werden beschouwd als een visuele eenheid in een tekst. Ze worden gebruikt als versiering van de bladzijde maar ook om bepaalde belangrijke onderdelen van de tekst te benadrukken.[2] De Ierse monniken begonnen de initialen te versieren met florale en animale motieven en baseerden zich daarbij op de Keltische goudsmeedkunst. Dit was het begin van de Insulaire kunst die zou resulteren in belangrijke werken zoals het Book of Kells, het Lindisfarne-evangeliarium en het Book of Durrow.

Deze stijl werd door de monniken meegenomen, eerst naar Schotland, Nothumbria en Engeland en later naar het continent bij de stichting van nieuwe abdijen. Een bekend voorbeeld hiervan is het Evangeliarium ven Echternach van omstreeks 700. In de zevende en achtste eeuw werd in West-Francië gebruik gemaakt van de Merovingische stijl in de scriptoria van Bobbio, Luxeuil en Corbie. Men schildert veelkeurige initialen die doen denken aan juwelen in email cloisonné.

De geïmporteerde insulaire stijl werd overgenomen door de Karolingische scriptoria en vermengd met de eigen Merovingische traditie en met elementen van de boekversiering in documenten uit de klassieke oudheid en uit Byzantium. Voor de versiering van initialen worden onder meer de typische insulaire vlechtwerkpatronen overgenomen. Hieruit ontstaat de Franco-Insulaire stijl met als belangrijkste centrum de abdij van Saint-Amand het huidige Saint-Amand-les-Eaux in Frans-Vlaanderen. Zowel in de Insulaire handschriften als in de Franco-Insulaire, schilderde men paginagrote initialen van de beginletter van bijvoorbeeld een evangelie, waarbij de volgende letters van het eerste woord (of de eerste woorden) steeds kleiner wordend werden geschilderd op dezelfde bladzijde. Een bekend voorbeeld van deze 'dimenuendo' techniek is de incipit van het Johannes-evangelie met de tekst "In principio" uit de tweede Bijbel van Karel de Kale.

Gehistorieerde initiaal uit de Bede van Sint Petersburg.

Uit de versierde initialen ontstaan in de achtste eeuw ook de eerste gehistorieerde initialen. Ook dit was een ontwikkeling in de insulaire kunst, de eerste gekende gehistorieerde initiaal werd teruggevonden in een exemplaar van de "Historia ecclesiastica gentis Anglorum " van Bede uit de achtste eeuw, nu in de Russische Nationale Bibliotheek in Sint Petersburg. Van deze initialen die met hun miniatuur een verhaal vertellen al of niet geassocieerd met de tekst zijn prachtige voorbeelden uit de Karolingische periode te vinden in een sacramentarium dat gemaakt werd voor bisschop Drogon (821-855), een bastaardzoon van Karel de Grote. Deze gehistorieerde initialen zullen zeer snel vrij algemeen gebruikt worden in de luxueuze handschriften en evolueren tot bijna volwaardige miniaturen in de romaanse en gotische periode. Het Albanus Psalter uit de elfde eeuw bevat meer dan 200 gehistorieerde initialen.

Met de komst van de gedrukte boeken verloor het geschreven boek langzaam aan belang. De eerste drukkers probeerden nochtans hun producten zoveel mogelijk op manuscripten te doen lijken. In de eerste incunabula die gedrukt werden in de vijftiende eeuw werden nog geen initialen gedrukt, er werd plaats overgelaten voor de initialen die dan achteraf op de gedrukte bladen met de hand werden bijgeschilderd op toegevoegd in penwerk. Maar dit zou niet lang duren, in 1470 werd het eerste boek gedrukt waarin zelfs twee kleuren werden gebruikt voor de hoofdletters door Johann Fust en Peter Schöffer en initialen werden gedrukt door gebruik te maken van gegraveerde houtblokken of metaalgravures.

Types van initialen in de boekverluchting[bewerken]

Initialen werden zoals hoger gezegd aangepast aan de tekst die ze moesten inleiden. Hiervoor werd zowel gebruikgemaakt van de grootte van de initiaal als van de versiering. De eenvoudigste initiaaldie gebruikt werd was de lombarde. De lombarde is een pre-gotische niet gebroken initiaal die gebruikt werd om de versalen te schrijven. De naam stamt uit de tijd, toen de Italiaanse kopiisten onder invloed van het humanisme dat schrift uit de Karolingische en romaanse handschriften weer gingen invoeren (lombardische hoofdletters dus).[3] De lombardes waren meestal rood of blauw gekleurd, maar er zijn handschriften waar ze in alle mogelijke kleuren en zelfs in bladgoud worden gemaakt.[4]

Van de versierde initialen kennen we verschillende types, Afhankelijk van de belangrijkheid van de ingeleide tekst zal men een type initiaal kiezen.

  • Fleuronnée: Penwerk initiaal versierd met bloemen of plantenmotieven.
  • Arabeske: Penwerk initiaal versierd met abstracte, gevlochten geometrische patronen
  • Cadellen: Penwerk initiaal waarvan de schachten en de bogen bestaan uit evenwijdig lopende of elkaar doorsnijdende brede linten, al of niet met arabesken, drolerieën en grotesken versierd.
  • Champie: Gouden letter op een gekleurde achtergrond, meestal blauw en roze, met kleine en dunne witte lijntjes of puntjes versierd
  • Zoömorfe initiaal: een initiaal die geheel of gedeeltelijk is sanemgesteld uit dierlijke vormen
  • Groteske: Initiaal versierd met of samengesteld uit gezichten of dieren; kan geschilderd of penwerk zijn.
  • Bewoonde initiaal: Een initiaal die versierd is met menselijke of dierlijke figuren zonder dat er een verhaal wordt afgebeeld.
  • Gehistorieerde: Initiaal waarin een verhaal of gebeurtenis wordt voorgesteld
  • Guilloches-initiaal: Bladgouden initiaal versierd met decoratieve motieven in dambordpatroon

Evolutie na het handschrift[bewerken]

Andreas Vesalius, De humani corporis fabrica, 1543, gehistorieerde initiaal

Het einde van de boekverluchting betekende niet het einde van de versierde initiaal. Eens de technische problemen overwonnen waren, namen de drukkers de fakkel over. In het begin van de zestiende eeuw werd het drukken door Geoffroy Tory als een aparte discipline onafhankelijk van het geschreven boek gezien en hij ontwikkelde een eigen typografie die niet langer stoelde op die van het geschreven boek.[5] In 1529 drukt hij een Latijns getijdenboek dat qua vorm en uitvoering in niets meer teruggaat op de populaire handschriften maar volledig vernieuwd is en aangepast aan het drukproces en waarvoor hij teruggreep naar het Romeinse schrift. Zijn ideeën over typografie (en de hervorming van de orthografie van het Frans) publiceerde hij in 1529 in zijn "Champ Fleury".

Andreas Vesalius maakte in zijn "De humani corporis fabrica" gepubliceerd in 1543 uitvoerig gebruik van gehistorieerde initialen, waarin onder meer geïllustreerd werd hoe hij aan het materiaal voor zijn anatomische studies kwam. Ook in latere werken zijn talrijke voorbeelden van gehistorieerde of geïllustreerde initialen terug te vinden. Bekend is het anatomische alfabet uit het "Myotomia Reformata" van William Cooper uit 1724 en de initialen uit "Vanity Fair" van William Makepiece Thackeray gepubliceerd in 1848.[6]

Tot op de dag van vandaag blijven kunstenaars en kalligrafen geïllustreerde initialen ontwerpen. Een mooie illustratie hiervan is het kunstboek uitgegeven in 1954 "Six Contes Fantasques de Maurice Toesca" met zes gravures door Picasso en vijf versierde initialen van Pierre Bouchet. Een bekende letterontwerper uit de twintigste eeuw was Eric Gill onder meer bekend van zijn letterillustraties in "The Four Gospels of the Lord Jesus Christ", in 1931 uitgegeven door Golden Cockerell Press. Ook op het internet blijft men gebruik maken van grote initialen en web designers hebben verschillende technieken ter beschikking voor het plaatsen van Drop-Caps op hun web pagina's onder meer via Cascading Style Sheets. Men kan dus stellen dat ook in de moderne media de versierde initiaal nog lang niet dood is.[6]

Zie ook[bewerken]

Externe Weblinks[bewerken]