Intrinsieke waarde (economie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Intrinsieke waarde)
Ga naar: navigatie, zoeken

Intrinsieke waarde is in de bedrijfseconomie de actuele waarde van alle bezittingen van de onderneming, verminderd met de schulden die er zijn. Dit komt neer op het eigen vermogen wat er in de onderneming zit. Het verschil met de boekwaarde is dat bij de boekwaarde enkel naar de waarde in de balans wordt gekeken, terwijl bij de intrinsieke waarde de actuele waarde geldt (dat is de daadwerkelijke waarde op dat moment, die hoger of lager kan liggen dan de boekwaarde).

Munten[bewerken]

De intrinsieke waarde van chartaal geld is de waarde van het materiaal waarvan de munt of het bankbiljet gemaakt is. In vroeger eeuwen was de waarde van het metaal in theorie gelijk aan de nominale waarde, het bedrag dat op het geld staat. Tegenwoordig is deze over het algemeen lager dan de nominale waarde. Wanneer de intrinsieke waarde van een munt hoger is dan de nominale waarde, dan is de kans aanwezig dat de munt wordt omgesmolten. Dit is in het verleden gebeurd bij de zilveren guldenmunt en de koperen cent. Zie de Wet van Gresham.

Door inflatie wordt de reële waarde van een munt uitgehold: de koopkracht van het geld wordt minder.

Opties[bewerken]

Als de koers van de onderliggende waarde is gestegen tot boven de uitoefenprijs van een calloptie, dan is die calloptie "in-the-money". De calloptie heeft dan intrinsieke waarde, dit is het positieve verschil tussen de beurskoers en de uitoefenprijs.

Analogie[bewerken]

Meestal heeft geld waar nog mee betaald wordt een lage intrinsieke waarde, voor Dagobert Duck is dit anders: Dagobert wil zo veel geld krijgen omdat hij het leuk vindt om er in te zwemmen en het op zijn hoofd te laten kletteren. Het bekende geluksdubbeltje is al helemaal een muntstuk met een zeer hoge intrinsieke waarde voor hem, terwijl de nominale waarde laag is.