Naar inhoud springen

Jan Hendrik Maronier (1827-1920)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Dit is een oude versie van deze pagina, bewerkt door Edoderoobot (overleg | bijdragen) op 24 jul 2019 om 20:14. (→‎Werkzame leven: https://onzetaal.nl/taaladvies/een-van-beiden/, replaced: één van de → een van de met AWB)
Deze versie kan sterk verschillen van de huidige versie van deze pagina.
Jan Hendrik Maronier
Jan Hendrik Maronier in 1880 gefotografeerd door Albert Greiner (1833-1890)
Algemene informatie
Geboren 16 juni 1827
Rotterdam
Overleden 29 november 1920
Renkum
Nationaliteit Nederlands
Religie remonstrants
Beroep predikant, auteur

Jan Hendrik Maronier (Rotterdam, 16 juni 1827Renkum, 29 november 1920) was een Nederlandse predikant en auteur.

Persoonlijk leven

Maronier werd in 1827 te Rotterdam geboren als zoon van de boekhouder Jan Hendrikszoon Maronier en van Susanna Maria van Lil. Hij trouwde op 20 juli 1853 te Arnhem met Aletta Nijhoff, dochter van de boekhandelaar, uitgever en geschiedschrijver Isaac Anne Nijhoff en van Martina Cornelia Houtkamp.[1] Hij overleed in november 1920 op 93-jarige leeftijd in Renkum. Zijn zoon, Jan Hendrik was conservator van het Koninklijk Instituut van Land- en Volkenkunde en beeldend kunstenaar.

Werkzame leven

Hij studeerde theologie en werd achtereenvolgens remonstrants predikant in Zevenhuizen en Bleiswijk (1851), in Leiden (1853), in Utrecht (1869) en van 1881 tot 1893 in zijn geboorteplaats Rotterdam. Hij publiceerde veel werken op godsdienstig gebied. Zijn "Inrichting der christelijke gemeenten" werd in 1874 bekroond door het Teyler's Godgeleerd Genootschap. In 1892 schreef hij een inleiding bij "De Zwijndrechtsche Nieuwlichters (1816-1832) volgens de gedenkschriften van Maria Leer", de door de toen 91-jarige schrijfster Louise Sophie Blussé, onder het pseudoniem D.N. Anagrapheus, opgetekende memoires van een van de leiders van deze sekte. Zijn "Geschiedenis van het protestantisme" werd in 1897 bekroond door het Haagsche Genootschap tot verdediging van den Christelijke godsdienst. In 1905 schreef hij een omvangrijke biografie over de remonstrant Jacobus Arminius.

Bibliografie

  • De eerste Brief van den apostel Joannes, Isaac Anne Nijhoff en zoon, Arnhem, 1855
  • De oudejaarsavond, eene roepstem ter voorbereiding tot sterven, Nijhoff, Den Haag, 1856
  • De oudste geloofsbelijdenis, 1859
  • De inrichting der christelijke gemeenten, vóór het ontstaan der Katholieke kerk, Bohn, Haarlem, 1874
  • Het kerstfeest, Martinus Nijhoff, Den Haag, 1875
  • Wat willen de Remonstranten?, Van Hinloopen Labberton, Doeburg, 1877
  • Korte geschiedenis van het godsdienst-onderwijs in de christelijke kerk, drie delen, J. Muusses, Purmerend, 1881-1883
  • Het inwendig woord, Van Holkema, Amsterdam, 1890
  • Het paaschfeest, Gouda Quint, Arnhem, 1894
  • Het pinksterfeest, Gouda Quint, Arnhem, 1894
  • Geschiedenis van het Protestantisme van den Munsterschen vrede tot de Fransche revolutie 1648-1789, Brill, Leiden, 1897 (een nalezing verscheen in 1901)
  • De orde der jezuieten, hare geschiedenis, inrichting en moraal, Boekhandel en Drukkerij voorheen Brill, Leiden, 1e druk 1899, 2e druk 1908
  • Jacobus Arminius, Rogge, Amsterdam, 1905