Jean-Henri Fabre

Jean-Henri Fabre (Saint-Léons, 22 december 1823 - Sérignan-du-Comtat, 11 oktober 1915) was een Frans schrijver en entomoloog. Fabre onderzocht onder andere de seksuele aantrekkingskracht van mannelijke en vrouwelijke vlinders en deed onderzoek naar de kokerbouwende larven van de schietmotten (Trichoptera).
Fabre correspondeerde met vele grootheden uit zijn tijd, met name ook met Charles Darwin. Hij bleef echter sceptisch ten opzichte van diens evolutietheorie, net zoals hij terughoudend was ten opzichte van alle theorieën en systemen. Zijn kracht lag in zijn zorgvuldige en nauwkeurige observatie van details, het veldonderzoek. Hij was altijd op zijn hoede voor voorbarige, generaliserende conclusies op basis van zijn observaties. Hij was van mening dat Darwin en zijn aanhangers niet voldoende konden verklaren hoe zinvolle tussenstadia konden ontstaan, of hoe ‘nuttige’ mutaties gedurende zeer lange perioden tot zulke complexe vaardigheden konden leiden, zonder dat veel tussenstappen geen voordeel zouden opleveren. Bij talrijke gedetailleerde observaties en experimenten hield hij zich vooral bezig met het instinctieve gedrag van dieren. Fabre ontdekte dat veel insecten instinctief ingewikkelde handelingen uitvoeren die vanaf het begin foutloos moeten verlopen. Een perfect voorbeeld hiervan zijn de graafwespen:
- De chirurgische steek: de graafwesp vangt een snuitkever. Ze moet hem precies op een plek tussen de zenuwcentra steken om hem te verlammen, maar in leven te laten. Als de kever sterft, zou hij bederven voordat de wespenlarve hem opeet. Een klein foutje bij het steken zou de kever doden of hem laten ontsnappen.
- Geen oefening, geen leren: de graafwesp voert deze “operatie” slechts één keer in haar leven uit, zonder het ooit te hebben geleerd of geoefend.
Fabre redeneerde dat als een dergelijk instinct zich slechts langzaam had ontwikkeld, elke tussenstap die niet onmiddellijk tot een perfect resultaat leidde, zinloos en dodelijk zou zijn geweest voor de soort. Een slechts half ontwikkelde vaardigheid (bijvoorbeeld een steek die de kever niet precies verlamt) zou het voortbestaan van de larve onmogelijk hebben gemaakt. Voor Fabre moesten deze geniale instincten ‘en bloc’ – dus in één keer – zijn ontstaan.