Joeri Sjaporin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Joeri Alexandrovitsj Sjaporin (Russisch: Юрий Александрович Шапорин) (Gloechovo, gouvernement Tsjernichov, 8 november 1887- Moskou, 9 december 1966) was een Russisch componist en muziekpedagoog.

Biografie[bewerken]

Hoewel hij als kind al een opmerkelijk gevoel voor muziek had, koos hij er toch voor rechten te studeren aan de Kiev-Universiteit van Sint-Petersburg. Toch bleef de muziek hem trekken en meldde hij zich, in 1913, uiteindelijk toch aan bij het Konservatorija im. N.V.Rimskogo-Korsakova (Russisch: Санкт-Петербургская государственная консерватория имени Н.А. Римского-Корсакова) van Sint Petersburg, waar hij studeerde bij Grigorij Sokolov, Maximilian Osejevitsj Steinberg, en Nikolaj Tsjerepnin.

Als aankomend componist volgde hij aanvankelijk de nationalistische lijn van Rimsky-Korsakov.

Eenmaal afgestudeerd ging zijn voorkeur uit naar een meer progressieve stroming en stichtte hij het Groot Drama Theater tezamen met Gorky, Loenacharski, en Blok in 1919. Tot 1928 was hij muziektechnisch directeur van dit theater. Van 1926 tot 1930 was hij voorzitter van de Vereniging van Eigentijdse Muziek te Leningrad (met als doel onderling ervaringen uit te wisselen als Europese componisten), waarvan hij tevens medeoprichter was. Tot 1934 werkte hij bij het Academisch Drama, het tegenwoordige Poesjkin-Theater. Gedurende deze tijd produceerde hij een opmerkelijke hoeveelheid vernieuwende theatermuziek.

In 1938 werd hij leraar voor compositie aan het Moskou Conservatorium P. I. Tsjaikovski (Russisch: Московская Государственная Консерватория им. П.И.Чайковского) in Moskou.

Al vanaf 1920 wekte hij aan zijn enige opera Dekrabristi, gebaseerd op een idee van Aleksej Nikolajevitsj Tolstoj, waarvan de voorlopige versie genaamd Polina Gyobe in 1925 in Leningrad in première ging. De uiteindelijke versie van Dekrabristi, op het libretto van Vsevolod Rozjdestvenski, tevens zijn bekendste werk, had zijn première op 23 juni 1953 in het Bolsjoi-Theater.

Verder schreef hij ook nog o.a. de symfonische cantate In de velden van Koelikov (1939), liederen, kamermuziek, toneel- en filmmuziek.