Karakorum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Karakorum, ook wel K'a-la-k'un-lun, Khara-khorin, Kharkhorum, Khara Khorum, was de hoofdstad van het Mongoolse rijk, voor ongeveer dertig jaar. De stad Karakorum was in de 12de en de 13de eeuw gebouwd als symbool van de macht van de Mongoolse khan (=vorst) Die heerste over een rijk dat zich uitstrekte onver centraal-Azie tot in China. Karakorum was niet een heel grote stad, omdat de Mongolen van nature geen stadsmensen waren. De meesten leefden als nomaden in tenten. Een lemen muur met 4 poorten omsluit heel Karakorum. Aan de oostelijke poort werd graan verkocht, maar er was maar een beperkte aanvoer. Aan de westelijke poort werden geiten en schapen verkocht, aan de zuidelijke poort runderen en ossenkarren en aan de noordelijke poort paarden. De stad telde 12 afgodentempels (boeddhistische tempels), 2 moskeeën waar de wet van Mohammed gold en slechts 1 christelijke kerk aan de rand van de stad. Er waren 2 stadswijken: 1 van de Sarazijnen (Arabieren), met grote markten die druk zijn bezocht geweest door de mensen van het hof,door talrijke gezanten en door kooplieden van overal. De 2de werd bewoond door de Cathaiers (Chinezen) die allemaal ambachtslui zijn. Die ambachtslui betaalden veel belastingen aan de Mongolen naast de zijde stoffen, eetwaren en diensten die ze aan het Mongoolse hof leverden. De stad werd gesticht door Genghis Khan en werd door Ögedei en diens opvolgers bewoond. Genghis heeft de stad nooit afgewerkt gezien. Uiteindelijk verplaatste Koeblai Khan de hoofdstad van zijn rijk naar Peking. De ruïnes bevinden zich in de ajmag(provincie) Övörhangaj, nabij de stad Harhorin en het klooster Erdene Zuu in de Orchonvallei. De stad Karakorum werd in 1380 verwoest. De naam Karakorum is Turks-Mongools voor zwarte rots.