Kartli

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Locatie van Kartli in Georgië

Kartli of Kartlië (Georgisch: ქართლი) is de grootste en meest bevolkte historische regio van Oost-Georgië. Het omvat de Georgische hoofdstad Tbilisi en twee andere grote steden, Gori en Roestavi. Het grenst in het noorden aan Rusland in de Grote Kaukasus in het noorden, in het oosten aan de regio (mchare) Kacheti, in het zuiden aan de landen Azerbeidzjan en Armenië, en in het westen aan de regio's Samtsche-Dzjavacheti en Imereti. Het is een historische regio die sinds 1995 onderverdeeld is in Tbilisi als de nationale hoofdstad en de drie administratieve regio's Sjida Kartli (met hoofdstad Gori), Kvemo Kartli (met hoofdstad Roestavi) en Mtscheta-Mtianeti (met hoofdstad Mtscheta).

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

In de klassieke oudheid werd het gebied Iberië genoemd.

In 1008 stierf Goergen van Iberië, waarna zijn zoon Bagrat III hem opvolgde. Deze had al in 989 van zijn moeder het koninkrijk Abchazië geërfd, en vanuit deze personele unie groeide Georgië.

Kartlië werd bij de splitsing van het koninkrijk Georgië in 1243 weer een onafhankelijk koninkrijk. De hoofdstad was Tbilisi. In de middeleeuwen speelde Kartlië een cruciale rol in de etnische en politieke vereniging van de Georgiërs. Het koninkrijk voerde vanaf zijn ontstaan strijd met het Ottomaanse en Perzische Rijk, alsook met hun naaste Kaukasische buren. Vaak streden ook de eigen onderdanen tegen elkaar. In 1762 werd Kartlië verenigd met het meest oostelijke koninkrijk in Georgië, het Koninkrijk Kachetië. Ten slotte werd het ganse gebied in 1801 geannexeerd door het Russische Rijk.