Klaipėda

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie artikel Voor het gelijknamige district, zie Klaipėda (district). Voor de gelijknamige districtsgemeente, zie Klaipėda (districtsgemeente).
Klaipėda
Memel
Stad in Litouwen Vlag van Litouwen
Vlag Wapen
Kaart
Situering
District Klaipėda
Gemeente stadsgemeente
Algemeen
Inwoners (1 januari 2016) 154.326
Overig
Netnummer (+370) 46
Website www.klaipeda.lt
Foto's
Quite summer evening in the port city Klaipeda.jpg
Portaal  Portaalicoon   Baltische staten

Klaipėda (Geluidsfragment [ˈklaɪpeːda] (info / uitleg); Duits: Memel, Samogitisch: Klaipieda) is met 154.326 inwoners de derde stad van Litouwen. Vanwege de ijsvrije haven is Klaipėda de belangrijkste havenstad van het land. De stad ligt aan de Oostzee bij de plaats waar het Koerse Haf, dat het water van de Memel afvoert, zijn enige doorgang naar zee heeft. Klaipėda is de voornaamste plaats in het historische gebied Samogitië. Tot 1945 was de stad vooral bekend onder haar Duitse naam Memel, tevens de Duitse (en Nederlandse) naam van de rivier waaraan ze ligt. Het dorpje Smiltynė op de noordpunt van de Koerse Schoorwal tegenover Klaipėda hoort ook bij de stad.

Geschiedenis[bewerken]

Klaipėda vierde in 2002 zijn 750-jarig bestaan. De Lijflandse Orde, de Lijflandse tak van de Duitse Orde, bouwde hier in 1252 de Memelburg. Van vaste bewoning door Baltische stammen was al sprake in het 3de millennium voor Christus. De Baltische betekenis van Memel gaat terug op ‘kalm water’, dus een veilige havenplaats. Klaipėda is een variant daarop: ‘vlakke en open landingsplaats’. Een ‘Memele castrum’ (Memelburg) verving ter plaatse een houten vesting nadat de Lijflandse Orde dit gebied veroverde in 1252. En een stad breidde zich daarnaast uit, die in 1328 in handen van de Duitse Orde overging. Inmiddels had de stad Lübecks stadsrecht gekregen en was zij ingericht door kooplieden uit Dortmund. Pogingen van de vorsten van Litouwen om de havenstad en haar burcht, die zij Cleupeda noemden, te veroveren liepen op niets uit, ondanks verschillende belegeringen en tijdelijke bezettingen. Nadat de Duitse Orde verslagen was door de Polen en Litouwers en zij in 1466 meer dan de helft van haar gebied moest afstaan, bleef Memel daarbuiten als deel van Oost-Pruisen, dat sinds 1525 als geseculariseerd hertogdom Pruisen voort bestond. Memel bleef sindsdien aan alle lotgevallen van Pruisen, later de provincie Oost-Pruisen, verbonden. Te beginnen met de lutherse kerkreformatie. In de oorlog tussen Zweden en Polen werd het in 1639 uitvalsbasis voor de Zweden. De stad bleef gespaard voor de epidemieën die in het begin van de 18de eeuw Oost-Pruisen teisterden en daar het leven van de helft van de bevolking kosten. Rusland legde tijdelijk een bezetting in de stad tijdens de Zevenjarige Oorlog tussen 1758 en 1762. Van bijzondere betekenis in de Pruisische geschiedenis is in 1806 de vlucht geweest van het Pruisische hof van Berlijn naar Memel, nadat Napoleon het Pruisische leger had verslagen. Tijdens de Napoleontische oorlogen werd Memel de tijdelijke hoofdstad van het Koninkrijk Pruisen. Tussen 1807 en 1808 was het de residentie van koning Frederik Willem III, zijn hof en de regering. Op 9 oktober 1807 tekende de koning een document waarin de lijfeigenschap in Pruisen werd afgeschaft. De Pruisische koning moest het gezag van de Franse keizer toch aanvaarden in 1808. Het gebied rond Memel leed grote economische schade onder het nu ingevoerde continentaal stelsel. In 1812 stak Napoleon hier de rivier over met zijn Grande Armée, op weg naar Moskou. Telkens herstelde de stad zich weer, vooral op basis van haar strategische betekenis, dezelfde waarom om haar gestreden werd. Inmiddels telde de stad 6.000 inwoners. Daarna groeide Memel ondanks een grote stadsbrand in 1857, verder tot 20.000 inwoners aan het einde van de eeuw door haar gunstige ligging voor de hout- en pels- en graanhandel vanuit Rusland. Daarbij bleef de haven ook van bijzonder miitair belang.

Korte tijd kwamen in 1915 Russische troepen in de stad, toen de inval in Oost-Pruisen werd ingezet, maar deze voorzet in de Eerste Wereldoorlog liep voor Rusland dramatisch af in de Slag van Tannenberg. Na de door Duitsland toch verloren oorlog bepaalde het Verdrag van Versailles dat Duitsland Memel moest afstaan aan bij dit verdrag nieuw gestichte staat Litouwen. Omdat de bevolking van de stad voor negen tiende, en van het omringende platteland (zie Memelland) voor de helft Duitstalig was en protesteerde, werd een Frans garnizoen in de stad gelegd en toen Litouwen de stad in 1923 militair innam, besloten de geallieerden in 1926 een autonome status op te leggen binnen de republiek Litouwen, door de Volkenbond te controleren. Daarna werd de autonomie door Litouwen opgeheven en vervolgens zou een patstelling in het bestuur ontstaan omdat de bewoners van Memelland voor 87%, op Duits-nationale partijen stemde. In 1939 was de druk van het inmiddels nationaal-socialistische Duitsland zo groot geworden dat Litouwen het gebied en de stad 'vrijwillig' (na een ultimatum van Berlijn) overdroeg aan nazi-Duitsland en daarbij hoopte op Duitse steun voor de aanspraak op Vilnius, dat destijds Pools was. Na de overdracht van Klaipėda aan Duitsland vluchtten 21.000 Litouwers uit Memelland de grens met Litouwen over. Hierbij waren 9.000 Duitse Joden, die voor een deel hier al eerder een toevlucht hadden gezocht.

Eind 1944 kwam het Sovjet-leger de stad binnen en de Duitse Wehrmacht werd er na bombardementen en grote verwoestingen uit verdreven, nadat de bevolking eerst geëvacueerd was. Nieuwe bewoners uit Litouwen en de Sovjet-Unie werden vervolgens in de stad gevestigd. Vele duizenden Memellanders die onderweg waren naar het westen zijn in de daaropvolgende maanden teruggestuurd en mochten pas in 1958 desgewenst het land (weer) verlaten. In 1950 waren nog 20.000 autochtone Memellanders in het gebied aanwezig, achtergebleven of teruggekomen uit Siberische kampen en ook uit Duitsland, dat laatste op verzoek van de regering van de Litouwse SSR. Zie: Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog en etnische zuivering. De meeste autochtonen zouden eind jaren 50 vertrekken, toen zij daarvoor toestemming kregen. De industrialisatie en de aanleg van scheepswerven brachten veel werkgelegenheid en de stad groeide snel uit tot 200.000 inwoners, grotendeels Russen, in 1990, om daarna weer af te nemen tot 160.000. Sinds de onafhankelijkheid van Litouwen is de stad, mede met Duits geld, waar mogelijk gerestaureerd en haar vroegere Duitse karakter is daarbij bevestigd in de heroprichtig van standbeelden en het aanbrengen van muurplakettes voor historische persoonlijkheden en gebeurtenissen.

Geboren in Memel-Klaipeda[bewerken]

  • Simon Dach (1605–1659), dichter, o. a. van een bekend Oostpruisisch, oorspronkelijk in het Nederduits gepubliceerd volkslied: Ännchen von Tharau
  • Johann August Muttray (1808−1872), afgevaardigde in het eerste Duitse, Frankfurter Parlement (1848)
  • Julius Kröhl (1820–1867), emigreerde naar Amerika, vocht voor de noordelijke staten en construeerde de eerste onderzeeboot
  • William Campbell of Breadalbane (1863–1944), generaal in het Pruisische leger, van Schotse afstamming
  • Curt Jany (1867–1945), generaal in het Pruisische leger en legerhistoricus
  • Heinrich Ancker (1886–1960), admiraal in de ‘Kriegsmarine’
  • Lena Valaitis (1943), schlagerzangeres
  • Arvydas Pocius (* 1957), diplomaat, en generaal in het Litouwse leger
  • Artūras Kasputis (1967), wielrenner
  • Saulius Šarkauskas (1970), wielrenner
  • Tomas Vaitkus (1982), wielrenner

Haven[bewerken]

Haven van Klaipėda

Bij de plaats ligt de grootste zeehaven van het land. Veel passagiers- en vrachtschepen bezoeken de haven die het gehele jaar ijsvrij is. De haven speelt al eeuwen een belangrijke maritieme rol en werd beschermd door forten en andere versterkingen. In de 18e en 19e eeuw werd veel hout via de haven uitgevoerd en veel industrie heeft zich nadien bij de haven gevestigd. De haven kan schepen met een maximale lengte van 250 meter en een maximale diepgang van 13,5 meter verwerken. In 2013 werd zo’n 33 miljoen ton lading overgeslagen, dit was nog 19 miljoen ton in 2000. Er zijn spoor- en autowegen voor het vervoer van en naar het achterland. Zo'n 40% van de lading komt of gaat naar de buurlanden, waarbij vooral Wit-Rusland een groot aandeel heeft.

De haven kreeg in 2014 een aparte terminal voor de aanvoer van vloeibaar aardgas (LNG). In de haven wordt de FSRU Independence afgemeerd die lng in haar ruimen kan opslaan en beschikt over een faciliteit om het gasvormig te maken. Het schip wordt verbonden met het landelijk gasnetwerk en heeft voldoende capaciteit om heel Litouwen, en deels de twee andere Baltische staten, te beleveren.

Externe link[bewerken]