Klokkenvordering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Opslag van gevorderde kerkklokken in de haven van Hamburg-Vedel (Freihafen).

Klokkenvorderingen of, wat minder welwillend geformuleerd, klokkenroof, is een gebruik dat al minstens tot het begin van de 15e eeuw teruggaat. Het opeisen van de torenklokken ten tijde van oorlog was niet zo verwonderlijk. Het brons was vooral dan nodig voor het gieten van kanonnen, hoewel in de geschutsgieterij het brosse klokkenbrons niet zonder meer bruikbaar was. Schattingen gaan ervan uit dat in de Eerste Wereldoorlog rond 65.000 klokken werden omgesmolten, in de Tweede Wereldoorlog rond 45.000 uit Duitsland en uit de bezette gebieden nog eens 35.000.

Geschiedenis[bewerken]

Duitsland[bewerken]

Kerkklokken waren vanwege het brons belangrijk materiaal voor het voeren van oorlog en werden tijdens de beide wereldoorlogen massaal onder dwang ingevorderd. In de Tweede Wereldoorlog classificeerde de Nationaal-Socialistische regering klokken in de typen A, B, C en D. De typen C en D vielen onder historisch waardevolle klokken, terwijl de typen A en B onmiddellijk moesten worden afgegeven. Het klokkentype C was twijfelachtig en bleef in een soort wachtpositie. Het klokkentype D was beschermd. Er werden echter ook tal van historisch waardevolle klokken van het type D uit kerktorens gehaald door fanatieke burgemeesters die nog steeds geloofden in een eindoverwinning.

Nederland en België[bewerken]

In de Eerste Wereldoorlog werden in België de klokken willekeurig uit de kerktorens gehaald en op de zogenaamde klokkenkerkhoven ingezameld. In Nederland kwam de adjunct-Rijksinspecteur Kunstbescherming J.W. Janzen in 1946 tot de conclusie, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog ongeveer 4793 klokken (gewicht 1.872.813 kg) door de Duitse bezetter naar Duitsland afgevoerd waren en niet terugkwamen, maar ongeveer 4212 klokken (gewicht 1.633.064 kg) gespaard waren gebleven.[1]. Na de oorlog werden klokken die nog niet waren omgesmolten teruggehaald door zowel België als Nederland. Dit was echter niet altijd mogelijk vanwege de gebrekkige verantwoording.

Literatuur[bewerken]

  • H.J. van Nieuwenhoven: Klokkenvordering 1942-1943. Inventarisatie verricht in opdracht van de directeur van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg in 1939, in samenwerking met de Nederlandse Klokken- en Orgelraad. Gekoppeld aan de administratie van de Firma P. Meulenberg te Heerlen in opdracht van de Duitse bezetter, 1996, Zeist: Rijksdienst voor de Monumentenzorg, dln. 1 en 2
  • Lambert-Avis, Jenneke I.: Wie met klokken schiet, wint de oorlog niet: de klokkenvordering tijdens de Tweede Wereldoorlog, 1992, Nationaal Beiaardmuseum, Asten

Externe links[bewerken]