Koningin (dierenrijk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een Duitse wespkoningin (Vespula germanica).
Koningin van de mierensoort Oecophylla smaragdina.

Een koningin of moer is in het dierenrijk het vruchtbare vrouwtje in een kolonie.

Het betreft een aantal bijen, de meeste hommels, sommige wespen en alle mieren en termieten; allemaal insecten die in een kolonie leven.

In veel kolonies is de koningin het enige vrouwelijke insect dat eitjes legt. Wordt er een nieuwe koningin geboren dan moet het volk zwermen of wordt een van beide koninginnen gedood. Alleen bij sommige soorten mieren heeft een nest meerdere koninginnen.

Ontstaan[bewerken]

Bij de hommels worden de werksters steriel gehouden door feromonen; als deze wegvallen door het verdwijnen of sterven van de koningin kunnen de werksters ook eitjes ontwikkelen.

Bij honingbijen en mieren ontstaat de koningin door de voeding die aan de larve wordt gegeven.

Levensduur[bewerken]

De koningin wordt veel ouder dan mannetjes of werksters.

Bij sommige soorten, zoals wespen, is ze het enige exemplaar dat de winter overleeft. Ze moet dan, aanvankelijk zonder hulp, zelfstandig een nieuw nest bouwen en een volk stichten.

Bij andere soorten, zoals honingbijen, overleeft het hele volk de winter, maar sterven de oude werksters spoedig nadat de lente begonnen is en er nieuwe werksters geboren worden, terwijl de koningin enkele jaren oud kan worden.

Zie verder[bewerken]