Beurs van Hendrick de Keyser

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Koopmansbeurs)
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor de ook door Hendrick de Keyser ontworpen, en in 1884 afgebroken korenbeurs, zie Korenbeurs (Amsterdam)
De Koopmansbeurs van stadsbouwmeester Hendrick de Keyser
Maquette van de Beurs van Hendrick de Keyser, zijde Rokin. Links achter de koepel van het Stadhuis op de Dam. Geëxposeerd in het Paleis op de Dam; 2005.
Maquette van de beurs
Situatieschets van de wateren onder de beurs en de voor 1803 gedempte gedeelten. Het Rokin is rechts. Stadsarchief Amsterdam; 1802.

De Beurs van Hendrick de Keyser aan het Rokin te Amsterdam was de eerste koopmansbeurs in die stad en de voorloper van de huidige Nederlandse effectenbeurs. De oprichting van deze eerste Nederlandse koopmansbeurs vond plaats in het begin van de 17e eeuw. Naast de Koopmansbeurs werden in die tijd ook verschillende banken opgericht, zoals de Amsterdamsche Wisselbank en meerdere banken van lening.

Het ontstaan[bewerken]

De eerste openbaar verhandelde aandelen werden in Amsterdam uitgegeven. De VOC trok kapitaal aan door als eerste onderneming ter wereld publiek verhandelbare aandelen uit te geven in het jaar 1602. In 1607 besloot de Vroedschap "tot gerief der coopluijden" om aan het Rokin een beurs te bouwen "gelijck in veel coopsteden gebruijckelijck is". Tot dan toe kwamen de kooplieden bijeen op de Nieuwe Brug aan het IJ en bij slecht weer in de Sint Olofskapel. Besloten werd om het nieuwe gebouw te bouwen over het Rokin, ten zuiden van de Dam.

Belang van de beurs[bewerken]

De Amsterdamse koopmansbeurs was in het begin van de 17e eeuw het belangrijkste handelsinstituut ter wereld. Al snel was de beurs een zeer internationale aangelegenheid. Er werd gehandeld in alles wat maar te verhandelen was. Er waren VOC-aandelen te koop, termijncontracten, die het recht gaven op een vastgelegd tijdstip voor een vaste prijs partijen goederen te kopen, verzekeringen, maar ook gewoon goederen. Verder konden er verzekeringen worden afgesloten. Er konden contracten over het vervoer van vrachten worden gesloten en er was informatie te krijgen wat verder voor de handel van belang was. In 1773 was er een beurskrach door de economische recessie.

Het gebouw[bewerken]

In de lente van 1608 werd met de bouw van de Koopmansbeurs begonnen, gedeeltelijk op de gewelven van de sluis, gedeeltelijk op palen van 50 a 60 voet lengte.

Het Amsterdamse stadsbestuur was de initiatiefnemer voor de bouw van deze beurs. Het wilde daarmee de handel in de stad op één plek concentreren. Dit was bevorderlijk voor de handel en het bood ook mogelijkheden voor regulering. De bouw stond onder leiding van stadsbouwmeester Hendrick de Keyser. Het ontwerp van de beurs was afgeleid van soortgelijke beursgebouwen in Antwerpen en Londen. In 1611 was het de Koopmansbeurs een feit.

De Koopmansbeurs bestond uit een rechthoekige binnenplaats met daaromheen een zuilengalerij. Doordat ze gedeeltelijk was gebouwd op brugbogen konden schepen met gestreken mast onder de beurs door varen. De doorgang werd in 1622 afgesloten, eerst met een boom in de vaaropening, vervolgens met zware houten deuren en tenslotte in 1672 werd de doorgang definitief dichtgemetseld. Als reden voor de sluiting wordt aangegeven dat in 1622 een steenhouwersgezel uit Namen, Balthasar Paul, complotteerde om Amsterdam in brand te steken. Een onderdeel van zijn plannen was het in brand steken van de beurs. Zijn plannen mislukten en Balthasar Paul eindigde zijn leven op het schavot op de Dam.

Het incident gaf aanleiding tot de legende van het "buskruitverraad"; volgens het verhaal trof een weesjongen in 1622 onder de Beurs een schip geladen met buskruit aan. Hij waarschuwde door te trommelen het stadsbestuur, dat vervolgens geëigende maatregelen nam om verder onheil te voorkomen. Als dank mochten de weesjongens voortaan "beurstrommelen" tijdens de kermisweek. Bij de opening van de Beurs van Zocher verviel deze gunst echter, waarop de weesjongens een rekest indienden bij de vroede vaderen om de traditie van het beurstrommelen weer in ere te herstellen. Het verhaal werd in 1859 door Jacob van Lennep in een toneelstuk verwerkt, "Een Amsterdamse jongen of het Buskruitverraad van 1622".[1]

Misschien al in 1611, maar in elk geval na de verbouwing en uitbreiding van de beurs in 1668, had de effectenhandel een vaste plaats op de - openlucht - beursvloer.

Het overgrote deel van de transacties die in deze beurs gesloten werden, betrof de goederenhandel, maar de Beurs van Hendrick de Keyser was ook de plek waar aandelen in de VOC en, vanaf 1621, ook in de West-Indische Compagnie werden verhandeld. Daarom wordt dit beursgebouw ook beschouwd als de oudste aandelenbeurs ter wereld.

Ten behoeve van de korenhandelaren, werd in 1617 bij de Oude Brug, aan de zuidzijde, over het water een aparte korenbeurs gebouwd.

In 1835 was de Koopmansbeurs zodanig verzakt dat hij onbruikbaar geworden was en uiteindelijk moest het gebouw tussen 1836 en 1838 gesloopt worden. Ervoor in de plaats kwam de Beurs van Zocher, aan de andere kant van de Dam.

Het Beurspoortje dat toegang gaf vanaf het Rokin tot de Dam, herinnerde tot de sloop in 1912 nog aan het vroegere Beursgebouw. Het 'Beurspoortje', dat, onder het tussen 1913 en 1916 gereedgekomen gebouw van de Industrieele Club 'Industria', het Rokin met de Dam verbindt, herinnert hier nog aan.

Het deel van het Rokin waar het Beursgebouw overheen gebouwd was, werd gedempt in 1933, nadien was hier een parkeerplaats voor auto's.

Hemony klokkenspel[bewerken]

In de toren van het beursgebouw werd in 1655 het eerste carillon van de gebroeders François en Pieter Hemony voor Amsterdam opgehangen. Het was een klein licht spel gegoten in 1651 van 22 klokken wat door de week dagelijks werd bespeeld door Salomon Verbeeck tot vermaak van de kooplieden en ook zijn er berichten uit die tijd dat de hangjongeren er mee werden vermaakt om ze van de straat te houden. Er is niets bekend over een automatisch speelwerk om de tijd aan te kondigen, wel was er een uurwerk. De Gebr. Hemony werkten nog in Zutphen in 1651. Maar pas in 1655 werden de klokken in de beurstoren gehangen. Terwijl Pieter naar Gent vertrok werd de oudste van de twee, François Hemony in 1655 gevraagd om ook in de Zuidertoren de daar aanwezige voorslag te vervangen. Door deze succesen werd hij uitgenodigd om stadsklokkengieter te worden en ook op de Oudekerkstoren en de Westertoren die voorslag door zo'n veel groter zuiver gestemd klokkenspel te vervangen. In de 16e eeuw werden klokken (zoveel als mogelijk) op toon gegoten en waren daardoor nooit helemaal zuiver. De Gebr. Hemony waren de eersten die een zuiver gestemd klokkenspel konden maken. Ze hadden dit geleerd met hulp van de Utrechtse beiaardier en fluitspeler Jonkheer Jacob van Eyck. Toen de beurstoren in 1668 werd gesloopt had men het plan om de klokken van het beurscarillon te gebruiken voor het nieuwe Stadhuis op de Dam. Op aanraden van François Hemony werd hiervan afgezien en het stadhuis (nu Paleis op de Dam) kreeg een veel zwaarder carillon van de Gebroeders Hemony die toen weer samen in Amsterdam aan het Molenpad werkten. Het uurkwerk werd verplaatst naar de Oosterkerk en het beurscarillon naar de Munttoren waar een deel van de klokken nog steeds mee spelen in het huidige carillon. In de munt kwamen er 6 extra basklokken en enkele discant klokjes bij (totaal 36 klokken), gemaakt door Pieter Hemony in 1668. Hij goot ook een nieuwe bronzen speeltrommel voor de Munttoren in dat jaar die nog altijd elk kwartier speelt op de Munt.

Bibliografie[bewerken]

  • Brouwer, A.J.M. - Iets over de Amsterdamsche lui- en speelklokken en hare gieters (Oud Holland, jg. 16, 1898, blz. 168-173.
  • Loosjes, Mr. A - De Torenmuziek der Nederlanden uitgave 1916 door Scheltema en Holkema boekhandel Amsterdam.
  • Bijtelaar, Barendina - De zingende torens van Amsterdam 1947.
  • Lehr, Andrë - Historische en muzikale aspecten van Hemony-beiaarden (Amsterdam 1960).
  • Lehr, André - De Klokkengieters François en Pieter Hemony Uitgave B. Eijsbouts C.V. Asten in het Hemonyjaar 1959.
  • Lehr André Artikel over Gebr. Hemony PDF
  • de Jong, Rinus; Lehr, André; de Waard, Romke - De zingende torens van Nederland - Losbladige uitgave der Nederlandse Klokkenspel Vereniging rond 1980.
  • Lehr, André - Besemer J.W.C - Zingende Torens Gelderland & Limburg. De Walburgpers CIP/ISBN 906011-705-0
  • Lehr André: Van Paardebel tot Speelklok, uitgave Europese Bibliotheek Zaltbommel 1971 (geen ISBN)
  • Rombouts Luc: Zingend Brons, uitgeverij Davidsfonds Leuven, 2010, ISBN 978-90-5826-720-7
  • Weel Heleen van der: Klokkenspel Het carillon en zijn bespelers tot 1800, Uitgeverij Verloren Hilversum 2008, ISBN 978-90-8704-061-1
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Allert de Lange, Historische gids van Amsterdam, Amsterdam 1974 ISBN 9061330645