Koppelteken in samenstellingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Noot: Dit artikel maakt deel uit van een groep van vijf artikelen over het koppelteken in de Nederlandse spelling. Zie voor de andere artikelen de navigatie onderaan.
Hoofdregel: Samenstellingen schrijven we aaneen

Een samenstelling is opgebouwd (letterlijk “samengesteld”) uit twee woorden die tezamen een nieuw woord met een nieuwe betekenis vormen:

  • gijzelingsdrama
  • periodeoverzicht
  • militaryruiter

Doorgaans (maar lang niet altijd) gaat het om twee zelfstandige naamwoorden, samengevoegd tot één. Zo'n samengesteld woord kan ook zelf weer als onderdeel van een nieuwe samenstelling dienen:

  • milieuminister — milieuministersconferentie.

Hoofdregel[bewerken]

Samenstellingen schrijven we aaneen (ook als ze met een eigennaam beginnen). Alleen waar dat nodig is, wordt een koppelteken gebruikt. Die gevallen worden hieronder besproken.

Uitzonderingen[bewerken]

Gelijkwaardige elementen[bewerken]

Allereerst betreft dit de zogenaamde "gelijkwaardige elementen". Het gaat hier om woorden waarvan in de samenstelling juist hun zelfstandigheid beklemtoond wordt. Ze gaan hierdoor niet in overwegende mate op in een enkel woord en evenmin is er een duidelijk hoofdwoord te onderscheiden dat door het andere woord gekwalificeerd wordt. Dit blijkt uit het feit dat de volgorde in principe veranderd had kunnen worden, zonder dat die verwisseling een betekenisverandering zou hebben veroorzaakt.

Het gaat soms om zelfstandige naamwoorden zoals:

  • café-restaurant
  • schutter-lader

Maar het kan ook om bijvoeglijke naamwoorden gaan:

  • blauw-geel
  • cultureel-maatschappelijk

Per geval moet bekeken worden wat de mate van zelfstandigheid is. Zo kan een vlag geel-groen zijn indien hij een gele en groene baan toont, maar is een tint geelgroen: een groen dat naar het geel neigt.

Een speciaal geval vormen samengestelde bijvoeglijke naamwoorden met een religieuze, levensbeschouwelijke of maatschappelijke strekking: die worden zelfs als ze in volgorde niet omwisselbaar zijn toch gescheiden door een koppelteken indien het eerste deel verwijst naar een plaats of een bevolkingsgroep. Voorbeelden zijn:

  • Grieks-orthodox
  • rooms-katholiek