Naar inhoud springen

Kurt Beck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Kurt Beck
Kurt Beck in 2011
Kurt Beck in 2011
Geboren 5 februari 1949
Bad Bergzabern
Politieke partij SPD
Beroep Politicus
Website Officiële website
Partijleider van de SPD
Aangetreden 10 april 2006
Einde termijn 7 september 2008
Voorganger Matthias Platzeck
Opvolger Frank-Walter Steinmeier (waarnemend)
Minister-president van Rijnland-Palts
Aangetreden 26 oktober 1994
Einde termijn 16 januari 2013
Voorganger Rudolf Scharping
Opvolger Malu Dreyer
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Kurt Georg Beck (Bad Bergzabern, 5 februari 1949) is een Duits voormalig politicus die actief was namens de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD). Hij was van 1994 tot 2013 de minister-president van Rijnland-Palts en tussen 2006 en 2008 bondsvoorzitter van zijn partij.

Kurt Beck volgde een beroepsopleiding elektromechanica en was jarenlang werkzaam in die sector. In de periode 1968–1969 vervulde hij zijn militaire dienst en in 1972 studeerde hij af aan de avondschool.[1] Beck trouwde in 1968 en kreeg een zoon.

In 1972 sloot Beck zich aan bij de SPD. Twee jaar later nam hij namens die partij zitting in de raad (Kreistag) van de Landkreis Südliche Weinstraße, waarin hij twintig jaar actief zou blijven. In 1979 werd hij tevens lid van de Landdag van Rijnland-Palts, een functie waar hij zich op advies van Klaus von Dohnanyi verkiesbaar voor had gesteld.[1] Hij zou in dit parlement nog zevenmaal worden herkozen en zijn zetel in totaal 34 jaar behouden. Van 1991 tot 1994 was Beck in de Landdag fractievoorzitter van de SPD. Ook was hij burgemeester van zijn woonplaats Steinfeld (1989–1994).

Minister-president van Rijnland-Palts

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1993 werd Beck benoemd tot voorzitter van de SPD in Rijnland-Palts. Hij loste daarmee Rudolf Scharping af, die federaal partijvoorzitter werd. Een jaar later volgde hij Scharping ook op als minister-president van Rijnland-Palts, toen die tussentijds aftrad om zitting te nemen in de Bondsdag in Berlijn. Beck kreeg de opdracht om de ambtstermijn van Scharping, die nog tot 1996 liep, te voltooien. Zijn regering betrof een coalitie met de liberale FDP.

Bij de Landdagverkiezingen van 1996 in Rijnland-Palts trad Beck voor het eerst aan als Spitzenkandidaat. De SPD leed onder zijn leiding weliswaar verlies, maar bleef wel de grootste partij in de deelstaat. De coalitiesamenwerking met de FDP werd voortgezet in het kabinet-Beck II, dat tot 2001 zou regeren. Naast minister-president fungeerde Beck tussen 2000 en 2001 tevens als president van de Bondsraad.[2]

Beck kende als regeringsleider een groeiende populariteit onder de bevolking. Mede daardoor wist de SPD bij de Landdagverkiezingen van 2001 de eerder verloren zetels volledig terug te winnen. De zittende coalitie werd nogmaals herkozen en Beck vormde zijn derde kabinet. Onder zijn bestuur daalde de werkloosheid in Rijnland-Palts naar 7 procent en ontwikkelde de deelstaat zich tot een van de economische koplopers van Duitsland. Ook werden onder meer bestuurlijke hervormingen doorgevoerd en gratis kinderopvang mogelijk gemaakt.[1]

In 2006 bereikte de SPD met 45,6% van de stemmen haar beste resultaat ooit bij de Landdagverkiezingen in Rijnland-Palts. Met 53 van de 101 zetels werd zelfs een parlementaire meerderheid veroverd waarmee de partij alleen verder kon regeren.[3] Het hierop gevormde kabinet-Beck IV werd echter niet op alle vlakken een succes: zo kwam de regering onder vuur te liggen vanwege haar steun aan een aantal omstreden bouwprojecten, waaronder dat van de Hochmoselbrücke over de Moezel als onderdeel van de opwaardering van de Bundesstraße 50. Ook werden honderden miljoenen euro's geïnvesteerd in de aanleg van een winkelcentrum en recreatiepark bij de Nürburgring, wat later tot enorme financiële verliezen leidde.[4]

In de campagne voor de deelstaatverkiezingen van 2011 speelde de afschaffing van kernenergie een grote rol. Beck was hier een voorstander van, maar kon niet voorkomen dat een deel van de SPD-aanhang overliep naar Bündnis 90/Die Grünen, die een enorme verkiezingswinst boekten. De SPD behaalde met 35,7% van de stemmen haar slechtste resultaat sinds 1959 en wist nog maar nipt de CDU voor te blijven.[5] Beck regeerde desondanks verder en vormde zijn vijfde kabinet met Bündnis 90/Die Grünen als coalitiepartner.

Gedurende zijn ambtsperiode als minister-president was Beck tevens voorzitter van de raad van bestuur van de ZDF (1999–2017).

Bondsvoorzitter van de SPD

[bewerken | brontekst bewerken]
Kurt Beck in 2000

Naast zijn partijleiderschap in Rijnland-Palts was Kurt Beck vanaf 2003 een van de federale vicevoorzitters van de SPD. Hij diende in die functie onder het leiderschap van Gerhard Schröder (2003–2004), Franz Müntefering (2004–2005) en Matthias Platzeck (2005–2006). Toen Platzeck in april 2006 wegens medische redenen aftrad, werd Beck waarnemend bondsvoorzitter van de partij. Kort daarop werd hij op een partijcongres met 95,1% van de stemmen ook officieel tot voorzitter verkozen.[6] Tussen 2006 en 2008 was hij tevens vicevoorzitter van de Socialistische Internationale.

Als partijvoorzitter had Beck moeite de linker- en rechtervleugel van de SPD bijeen te houden. Intern kreeg hij kritiek vanwege zijn vermeende steun aan partijkopstuk Andrea Ypsilanti, die in deelstaat Hessen een coalitiesamenwerking wilde aangaan met Die Linkspartei. Een dergelijke samenwerking lag binnen de SPD uiterst gevoelig en Becks onstandvastigheid in deze zaak verzwakte zijn positie.

Vanwege zijn dalende populariteit werd Beck door de SPD niet geschikt geacht als kanselierskandidaat bij de Bondsdagverkiezingen van 2009. Uiteindelijk werd deze rol toebedeeld aan Frank-Walter Steinmeier, wiens kandidatuur door Beck overigens gesteund werd. Tot verrassing van zijn partijgenoten legde Beck op 7 september 2008 met onmiddellijke ingang zijn voorzitterschap neer. Naar eigen zeggen werden vanuit de partij bewust onjuiste berichten over hem richting de pers verspreid en hij achtte zich daarom niet langer in staat het ambt met het "nodige gezag" uit te oefenen.[7] Steinmeier nam vervolgens op interim-basis het partijvoorzitterschap over, totdat Franz Müntefering in oktober op een SPD-partijcongres als Becks opvolger werd gekozen.

Afscheid van de politiek

[bewerken | brontekst bewerken]

Wegens gezondheidsredenen kondigde Kurt Beck in september 2012 zijn vertrek aan uit de politiek.[8] Na ruim achttien jaar minister-president te zijn geweest en vijf kabinetten geleid te hebben, trad hij in januari 2013 af ten gunste van zijn partijgenoot Malu Dreyer, die tijdens zijn ambtsperiode langdurig als minister had gediend. Op 5 februari 2013, zijn 64ste verjaardag, nam Beck na 34 jaar ook afscheid van de Landdag van Rijnland-Palts. Roger Lewentz volgde hem op als partijleider van de SPD in Rijnland-Palts.

Na zijn politieke loopbaan was Beck tussen 2013 en 2020 (samen met Dieter Schulte) voorzitter van de Friedrich Ebert Stichting. Ook diende hij als regeringsfunctionaris voor de slachtoffers en hun nabestaanden na de aanslag op de kerstmarkt in Berlijn in 2016.[9] In 2021 werd hij bestuurslid van de Bondskanselier Helmut Kohl Stichting.

Zie de categorie Kurt Beck van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.