La Primavera (schilderij)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Primavera

La Primavera is een schilderij van de Italiaanse kunstschilder Botticelli uit Florence. Het is geschilderd in diens typische, heldere stijl met scherpe contouren en sierlijke vormen, en is een voorbeeld van profane/wereldlijke kunst.

Het betekent De Lente. Het schilderij hangt in zaal 10 van het museum Uffizi in Florence. Het is 203 × 314 cm groot. Het is circa 1477 geschilderd, en is vrijwel zeker besteld als bruidsgeschenk voor een neef van Lorenzo de Medici 'Il Magnifico' en heeft vervolgens in de slaapkamer van het bruidspaar gehangen. Daarna is het honderden jaren in vergetelheid geraakt, om pas halverwege de 19de eeuw door het grote publiek te worden ontdekt.

Het schilderij is het eerste werk uit de Renaissance waarin heidense goden bijna levensgroot te zien zijn, wat voordien voorbehouden was aan religieuze onderwerpen. Het schilderij blijft tot de verbeelding spreken, vooral omdat niet helemaal duidelijk is wat de schilder ermee bedoelde. De voorstelling is niet gebaseerd op een traditie en interpretatie levert bijgevolg nogal wat problemen op. Om te beginnen is het tafereel niet verhalend, of regelrecht aan een mythe ontleend: het is een kunstig arrangement van apart en groepsgewijs staande figuren, dat bedoeld is als een allegorie op het begin van de lente en toont negen figuren, onder wie de godin Venus, haar zoontje, Eros, en de lentegodin Flora. Verder speelt zich aan de rechterkant mogelijk seksueel geweld af en staat de figuur links (Mercurius) mogelijk voor homoseksualiteit. Immers: hij plukt vruchten (die lust symboliseren), maar keert zich af van de vrouwen rechts van hem. Mercurius is herkenbaar aan zijn gevleugelde schoenen en aan de staf met twee slangen in zijn opgeheven arm (caduceus). Hij zou de twee vechtende slangen hebben gescheiden, waardoor het het symbool van de vrede werd. Op dit schilderij verjaagt hij enkele wolken. De vrouwen, waarvan er één (met verlangen?) naar Mercurius kijkt, zijn sinds de Romeinse tijd de eerste vrouwen die sensueel worden afgebeeld, hetgeen ervoor zorgt dat het schilderij als een keerpunt in de kunstgeschiedenis wordt gezien. Zeer opmerkelijk aan het schilderij zijn de bloemen: er zijn meer dan vijfhonderd verschillende soorten afgebeeld, vaak tot in het kleinste detail. Deze bloemen bloeien overigens niet allemaal in de lente; wat dat betreft heeft Botticelli enige artistieke vrijheid genomen.

De schilder en theoreticus Giorgio Vasari omschrijft de Primavera eenvoudig weg als 'Venus die door De drie gratiën met bloemen wordt getooid; aanduiding van de lente'. Hierop doorgaand vertonen wetenschappers de neiging om verschillende wegen in te slaan - een aanwijzing dat de renaissancistische bedenker van allegorieën tot op zekere hoogte geslaagd zijn in de kunst van het verhullen van betekenissen.

Details[bewerken]

Externe link[bewerken]