Landhoofd

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hoog- en laaggefundeerd landhoofd

Een landhoofd, ook wel bruggenhoofd, vormt de overgang van een grondlichaam naar een brug, sluis of viaduct.

Het landhoofd bestaat uit de volgende onderdelen: de feitelijke landhoofdbalk, vleugelwanden en stootplaten. Het landhoofd verzorgt de ondersteuning van de feitelijke brug.

Er zijn twee verschillende typen landhoofd: het hooggefundeerde landhoofd en het laaggefundeerde landhoofd.

Hooggefundeerd landhoofd[bewerken | brontekst bewerken]

Bij een hooggefundeerd landhoofd bevindt zich een talud voor de voorkant van het landhoofd. Hierdoor is de overspanning van de brug groter.

Laaggefundeerd landhoofd[bewerken | brontekst bewerken]

Bij dit type landhoofd is de overspanning van de brug kleiner. Er bevindt zich geen talud voor de voorkant van het landhoofd. Wel is de gronddruk tegen de achterzijde van het landhoofd groter, waardoor er grotere zijdelingse belastingen ontstaan.

Vleugelwanden[bewerken | brontekst bewerken]

De vleugelwanden verzorgen de aansluiting van de landhoofdbalk op het talud.

Stootplaten[bewerken | brontekst bewerken]

De stootplaten, overgangsplaten of vlotplaten verzorgen de overgang tussen het grondlichaam naar de landhoofdbalk. Stootplaten worden tegenwoordig vaak uitgevoerd met losse platen van een geringe breedte. Deze stootplaten worden niet onderling gekoppeld.