Leidenfrost-effect

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Leidenfrost-effect is het fenomeen waarbij een vloeistof die in contact komt met een oppervlak dat veel heter is (warmer dan het Leidenfrost-punt), een thermisch isolerende damplaag vormt die voorkomt dat de vloeistof begint te koken.

Het effect werd genoemd naar Johann Gottlob Leidenfrost die het beschreef in Een traktaat over enkele eigenschappen van gewoon water in 1756.

Voorbeelden[bewerken | brontekst bewerken]

Iedereen kent de waterdruppels die op een hete kookplaat wegspringen. Enkele gevaarlijkere demonstraties zijn het dippen van een natte vinger in gesmolten lood en het rollen van vloeibare stikstof over de grond.

Kokende waterdruppels zweven over een hete plaat dankzij een dunne damplaag er tussen in

Thuis kan het effect eenvoudig aangetoond worden: laat een waterdruppel vallen in een pan op het fornuis bij verschillende temperaturen.

  • Lager dan 100°C zal het water op de bodem kleven en verdampen.
  • Vanaf 100°C begint weg te koken.
  • Vanaf zo'n 210°C zullen de druppels langer blijven; er vormt zich een damplaag die koken voorkomt. Dit is het Leidenfrost-effect.

Literaire verwijzingen[bewerken | brontekst bewerken]

In de roman Michael Strogoff van Jules Verne wordt de held blind gemaakt met een gloeiend zwaard maar hij blijkt zijn gezichtsvermogen toch te hebben behouden; het Leidenfrost-effect wordt (zonder als zodanig te worden benoemd) aangevoerd om dit te verklaren.

Leidenfrost sterren[bewerken | brontekst bewerken]

Bij een nog hogere temperatuur (>250°C) vormen er zich de zogenaamde Leidenfrost sterren, ze beginnen bij een '2-mode' (gewone waterdruppel) tot uiteindelijk de '13-mode'. Dit is een ster met dertien punten.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Leidenfrost effect op Wikimedia Commons.