Liefdezusters van de Heilige Carolus Borromeus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maastricht, Onder de Bogen, met een deel van het Klooster van de Zusters Onder de Bogen, het moederhuis van de congregatie

De Liefdezusters van de Heilige Carolus Borromeus (Latijn: Sorores Misericordiae Sancti Caroli Borromei; afgekort SMCB), ook wel Zusters Onder de Bogen of Bogenzusters genoemd, is een rooms-katholieke zustercongregatie, die in 1837 in Maastricht werd gesticht. Het moederhuis van de congregatie is het Klooster van de Zusters Onder de Bogen in Maastricht, waar circa 120 zusters wonen en werken. De wereldwijde congregatie telt anno 2014 circa 700 leden, die werkzaam zijn of waren in een groot aantal landen. Naast de Maastrichtse tak zijn er zes andere 'takken' van congregaties die dezelfde naam dragen, maar onafhankelijk naast elkaar bestaan, met moederhuizen in onder andere Nancy, Trier en Wenen. Al deze congregaties zijn of waren actief in de gezondheidszorg, met name in ziekenhuizen. De Maastrichtse tak onderscheidt zich doordat ze als enige in de missie actief is.

Geschiedenis[bewerken]

Elisabeth Gruyters, stichteres van de congregatie

De congregatie werd in 1837 gesticht door Elisabeth Gruyters (1789-1864), in samenwerking met Petrus Antonius van Baer (1788-1855), pastoor van de Sint-Servaaskerk en deken van Maastricht. Na enige omzwervingen vestigden de zusters zich in 1845 in de voormalige proosdij van Sint-Servaas, vanwaar de congregatie zich gestaag uitbreidde.

Aanvankelijk stonden de zusters onder het patronage van de Heilige Vincentius a Paulo, maar in 1856 werd dat ingeruild voor het patronage van de Heilige Carolus Borromeus en werd de congregatie door de paus erkend. Herziening van de kloosterregel vond plaats in 1897, 1918 en 1982, telkens met pauselijke goedkeuring. De doelstellingen van de congregatie waren van meet af aan: ziekenverpleging, zorg voor wezen en onderwijs.[1] In Maastricht werkten de zusters in het ziekenhuis Calvariënberg en in diverse scholen. In 1898 richtten ze het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam op. Op het hoogtepunt telde de congregatie in Nederland 56 huizen.

Vanaf 1918 waren de zusters actief in het voormalige Nederlands Indië, thans Indonesië, aanvankelijk op Java en Sumatra, na 1930 ook op Borneo en Timor. Kandidaat-zusters werden geacht zich aan te passen aan de Nederlandse gebruiken. In 1945 hadden 33 inheemse meisjes de eeuwige geloften afgelegd. Na de Tweede Wereldoorlog werd het karakter van het noviciaat Javaanser. Vanaf 1923 breidde de congregatie uit naar Noorwegen. In 1959 vertrokken de eerste zusters naar Afrika, waar ze samenwerkten met de congregatie van de Broeders van Joannes de Deo. Tegenwoordig is de congregatie voornamelijk actief in Nederland, België, Denemarken, Noorwegen, Tanzania, Kenia, de Verenigde Staten, Brazilië, de Filipijnen, Indonesië, Timor Leste en Vietnam. Het Maastrichtse moederhuis (het enige overgebleven huis in Nederland) functioneert daarbij als 'thuishaven' voor de wereldwijde congregatie. In 2007 telde de congregatie 759 zusters, waarvan circa 130 in het moederhuis in Maastricht.[2]

In 2012 vierden de zusters het 175-jarig bestaan van hun congregatie.

Externe links[bewerken]