Liefdezusters van de Heilige Carolus Borromeus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maastricht, Onder de Bogen, met een deel van het zusterklooster

De Liefdezusters van de Heilige Carolus Borromeus, ook wel Zusters Onder de Bogen genoemd, is een rooms-katholieke zustercongregatie met hoofdvestiging te Maastricht. De congregatie telt anno 2014 nog enkele honderden leden, die werkzaam zijn of waren in een groot aantal landen wereldwijd.

Geschiedenis[bewerken]

De proosdij van Sint-Servaas in het midden van de 19e eeuw
Bleekveld bij de oude walmuur in de kloostertuin (1898)

De congregatie werd in 1837 gesticht door Elisabeth Gruyters (1789-1864), in samenwerking met deken Van Baer van de Sint-Servaaskerk. Na enige omzwervingen vestigden de zusters zich in 1845 in de voormalige proosdij van Sint Servaas. Geleidelijk aan kwamen er steeds meer gebouwen bij en aan het einde van de 19e eeuw nam de congregatie het hele gebied tussen de straten Sint Servaasklooster en Kommel in beslag.

Aanvankelijk stonden de zusters onder het patronage van de Heilige Vincentius a Paulo, maar in 1856 werd dat ingeruild voor het patronage van de Heilige Carolus Borromeus en werd de congregatie door de paus erkend. Herziening van de kloosterregel vond plaats in 1897, 1918 en 1982, telkens met pauselijke goedkeuring. De doelstellingen van de congregatie waren van meet af aan: ziekenverpleging, zorg voor wezen en onderwijs.[1] In 1898 richtten ze het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam op.

Al vanaf 1918 zijn de zusters actief in het voormalige Nederlands Indië, thans Indonesië. Tegenwoordig is de congregatie voornamelijk actief in het buitenland, hoewel het Maastrichtse moederhuis nog volop functioneert als 'thuishaven'. In 2007 telde de congregatie 759 zusters, die woonden en werkten in: Nederland, België, Denemarken, Noorwegen, Tanzania, Kenia, de Verenigde Staten, Brazilië, de Filipijnen, Indonesië, Timor Leste en Vietnam.

In 2012 vierden de zusters het 175-jarig bestaan van hun congregatie.

Beschrijving kloostergebouwen Maastricht[bewerken]

Zicht op het kloostercomplex vanaf het Keizer Karelplein

De gebouwen van de Zusters Onder de Bogen nemen in het centrum van Maastricht een groot terrein in beslag, inclusief delen van de eerste middeleeuwse stadsmuur uit de 13e eeuw.[2] Enkele gebouwen dateren van voor de kloostervestiging. Een aantal gebouwen, waaronder twee scholen, zijn inmiddels alweer afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Het complex is ook tegenwoordig nog een vrijwel gesloten enclave in de Maastrichtse binnenstad. Alleen tijdens de Open Kloosterdag en bij concerten in de kerk (bij voorbeeld tijdens Musica Sacra) zijn delen van het complex toegankelijk. Een deel van het kerkhof van Wolder is gereserveerd voor de Zusters Onder de bogen.[1]

Voormalige proosdijgebouwen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie proosdij van Sint-Servaas voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het oudste gebouw van de proosdij, de zogenaamde Hoge Leenzaal uit de 13e eeuw, is door middel van zware steunbogen verbonden met het westwerk van de Sint-Servaasbasiliek, waardoor de congregatie de bijnaam kreeg "Zusters Onder de Bogen". Behalve de middeleeuwse proosdij en enkele kelders uit dezelfde periode bestaat het proosdijcomplex grotendeels uit 17e-eeuwse gebouwen in Maaslandse renaissancestijl. Begin 20e eeuw werden twee vleugels verhoogd en een ander deel vervangen door nieuwbouw. Aan de kant van het Sint Servaasklooster verrezen in 1870 het neoromaanse Poortgebouw, in 1909 het Noviciaatsgebouw en in 1936 het Damespension (thans Elisabeth Gruytershuis) van Alphons Boosten.

Refugie van Herckenrode[bewerken]

Behalve de middeleeuwse stadsmuur en de proosdij bevindt zich op het kloosterterrein nog een historisch gebouwencomplex: de Refugie van Herckenrode. Dit refugiehuis werd in 1574 gesticht door de abdij van Herkenrode (bij Hasselt, België). Het huidige gebouw aan de Kommel dateert grotendeels uit 1646; de wapensteen van de toenmalige abdis Barbara van Hinnesdael (1637-'53) herinnert hieraan. Zowel aan de Kommelzijde als aan de hofzijde bevindt zich een traptoren.[3]

Kloosterkerk[bewerken]

De bakstenen kloosterkerk uit 1899 verving een kleinere kapel en werd ontworpen door Johannes Kayser in neogotische stijl. Zoals veel kloosterkerken heeft de kerk geen toren. Het rijkgedecoreerde interieur van de kerk valt op door de lichtbeuk, waarbij de spitsbogen en vensters afwisselend met rode en gele baksteen omlijst zijn, de scheiwanden met triforia, steunend op tien zwartmarmeren zuilen met gebeeldhouwde kapitelen, en de glas-in-loodramen.[4] Een deel van de kerkinventaris, inclusief het hoofdaltaar, een zijaltaar, een tweetal biechtstoelen en enkele gepolychromeerde heiligenbeelden, werden in de periode 1900-'05 door het Geleense atelier voor kerkelijke kunst J.W. Ramakers en Zonen Beeldhouwers geleverd.[5]

Externe link[bewerken]