Lijst van orkestwerken van Johann Sebastian Bach

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deze lijst bevat de orkestwerken van Johann Sebastian Bach, geordend volgens de Bach-Werke-Verzeichnis.

Concerten[bewerken]

  • Vioolconcerten
    • Vioolconcert in a, BWV 1041, voor soloviool, strijkorkest en basso continuo (Köthen 1717-1723; bewerkt tot BWV 1058)
    • Vioolconcert in E, BWV 1042, voor soloviool, strijkorkest en basso continuo (Köthen 1717-1723; bewerkt tot concert voor klavecimbel BWV 1054)
    • Dubbelconcert in d, BWV 1043, voor twee violen, strijkorkest en basso continuo (Köthen 1717-1723; bewerkt tot concert voor twee klavecimbels BWV 1062)
  • Tripelconcert in a, BWV 1044, voor traverso, viool en klavecimbel, strijkorkest en basso continuo (Leipzig, na 1730; bewerking van BWV 894 en 527)
  • Zes Brandenburgse Concerten, BWV 1046-1051 (Weimar en Köthen, 1711-1720; opgedragen aan Christian Ludwig, markgraaf van Brandenburg)
    • Nr. 1 in F, BWV 1046, voor twee jachthoorns, drie hobo's, fagot, violino piccolo, strijkorkest en basso continuo (variant: BWV 1046a = BWV 1071)
    • Nr. 2 in F, BWV 1047, voor natuurtrompet, blokfluit, hobo, viool, strijkorkest en basso continuo
    • Nr. 3 in G, BWV 1048, voor drie violen, drie altviolen, drie celli en basso continuo
    • Nr. 4 in G, BWV 1049, voor viool, twee blokfluiten, strijkorkest en basso continuo (zie ook klavecimbelconcert BWV 1057)
    • Nr. 5 in D, BWV 1050, voor viool, fluit, klavecimbel, strijkorkest en basso continuo
    • Nr. 6 in Bes, BWV 1051, voor twee altviolen, twee gamba's, cello en basso continuo
  • Klavecimbelconcerten
    • Zeven concerten voor klavecimbel, strijkorkest en basso continuo, BWV 1052-1058 (Leipzig ca. 1735-1740)
      • Nr. 1 in d, BWV 1052 (vermoedelijk naar een verloren gegaan vioolconcert; ook gebruikt in cantate 146 Wir müssen durch viel Trübsal, BWV 146 en cantate 188 Ich habe meine Zuversicht, BWV 188, met orgel als soloinstrument)
      • Nr. 2 in E, BWV 1053 (vermoedelijk naar een verloren gegaan concert voor viola d'amore of oboe d'amore; ook gebruikt in cantate 169, Gott soll allein mein Herze haben, BWV 169 en cantate 49, Ich geh' und suche mit Verlangen, BWV 49, met orgel als soloinstrument)
      • Nr. 3 in D, BWV 1054 (naar het vioolconcert in E, BWV 1042)
      • Nr. 4 in A, BWV 1055 (vermoedelijk naar een verloren gegaan concert voor oboe d'amore)
      • Nr. 5 in f, BWV 1056 (vermoedelijk naar delen van verloren gegane viool- en hoboconcerten; ook gebruikt in cantate 156, Ich steh' mit einem Fuss im Grabe, BWV 156)
      • Nr. 6 in F, BWV 1057 met twee blokfluiten (naar het Brandenburgs Concert nr. 4, BWV 1049)
      • Nr. 7 in g, BWV 1058 (naar het vioolconcert in a, BWV 1041)
    • Drie concerten voor twee klavecimbels, BWV 1060-1062 (Leipzig ca. 1727-1730)
      • Dubbelconcert in d, BWV 1060, voor twee klavecimbels, strijkorkest en basso continuo (Leipzig ca. 1730; vermoedelijk bewerking van een verloren gegaan dubbelconcert voor twee violen of voor viool en hobo)
      • Dubbelconcert in c, BWV 1061, voor twee klavecimbels, strijkorkest en basso continuo (Leipzig ca. 1727-1730; mogelijk oorspronkelijk zonder orkest of voor één klavecimbel, strijkorkest en basso continuo)
      • Dubbelconcert in c, BWV 1062, voor twee klavecimbels, strijkorkest en basso continuo (Leipzig 1736; bewerking van het concert voor twee violen in d, BWV 1043)
    • Twee Tripelconcerten voor drie klavecimbels, BWV 1063 en 1064 (Leipzig ca. 1730-1733)
      • Tripelconcert in d, BWV 1063, voor drie klavecimbels, strijkers en basso continuo (Leipzig ca. 1730-1733; vermoedelijk bewerking van een verloren gegaan concert voor drie violen / blokfluiten of andere instrumenten)
      • Tripelconcert in c, BWV 1064, voor drie klavecimbels, strijkers en basso continuo (Leipzig ca. 1730-1733; vermoedelijk bewerking van een verloren gegaan concert voor drie violen)
    • Concert in a, BWV 1065, voor vier klavecimbels, strijkorkest en basso continuo (Leipzig ca. 1730-1733; bewerking van het concert voor vier violen, strijkorkest en basso continuo op. 3, nr. 10 van Antonio Vivaldi)

Overige orkestwerken[bewerken]

  • Vier orkestsuites of ouvertures, BWV 1066-1069
    • Ouverture in C (Orkestsuite nr. 1), BWV 1066, voor twee hobo's, fagot, strijkorkest en basso continuo (Köthen 1717-1723)
    • Ouverture in b (Orkestsuite nr. 2), BWV 1067, voor traverso-solo, strijkorkest en basso continuo (Leipzig 1735-1740)
    • Ouverture in D (Orkestsuite nr. 3), BWV 1068, voor drie natuurtrompetten, twee hobo's, strijkorkest en basso continuo (Leipzig 1729-1731)
    • Ouverture in D (Orkestsuite nr. 4), BWV 1069, voor drie natuurtrompetten, drie hobo's, fagot, pauken, strijkorkest en basso continuo (Köthen, 1717-1723; 1e deel ook in de sinfonia van cantate 110 Unser Mund sei voll Lachens, BWV 110)
  • Sinfonia in F, BWV 1071 (=BWV 1046a), voor twee hoorns, drie hobo's, fagot, strijkorkest en basso continuo (Leipzig ca. 1730; bewerking van het Brandenburgs Concert nr. 1)

Fragmenten[bewerken]

  • Sinfonia in D, BWV 1045, voor vioolsolo, drie trompetten, twee hobo's, pauken, strijkorkest en basso continuo; vermoedelijk openingsdeel van een verloren gegane cantate, fragment
  • Concert in d, BWV 1059, voor klavecimbel met hobo, strijkorkest en basso continuo, fragment van 9 maten (Leipzig ca. 1730; het complete openingsdeel is de Sinfonia van cantate 35, Geist und Seele wird verwirret, BWV 35, met orgel als soloinstrument)

Aan Bach toegeschreven[bewerken]