Lijst van tekenaars voor de Hoge Raad van Adel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Dit is een lijst[1] van tekenaars van de Nederlandse Hoge Raad van Adel.

Ambtsperiode Naam tekenaar
1814 - 1870 Antonie Frederik Zurcher (1787-1872)
1866 - 1881 Hendrik Frederik Sartor (1818-1881)
1881 - 1899 Johannes Matthijs Lion (1856-1899)
1899[2] - 1931 Johannes Evert van Leeuwen (1851-1931)
? - ? Paulus Nicolaas van Alff (1878-1962)
1936 - 1938 Auke van der Zweep (1882-1859)
1938 - 1980 Johannes Petrus van der Drift (1913-1981)
1980 - 1993 Karel van den Sigtenhorst (1925-2014)
1980 - 1992 Henk 't Jong (1948-)
? - ? Cornelius Quirinus Clemens Maria Walschots (1943- )
1993 - ---- Piet Bultsma-Vos (1953- )

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

Koning Willem I gaf tussen 1814 en 1815 opdracht aan de Hoge Raad van Adel (toen nog een adviescollege voor de vorst) om alle wapens van steden, dorpen, heerlijkheden, districten en corporaties die vroeger een wapen hadden gevoerd (of een wapen wilden gaan voeren) een uitnodiging om een afbeelding en beschrijving en toelichting daarvan op te sturen, om deze door de vorst te laten bevestigen. Hier werd met name in de Noordelijke Nederlanden gehoor gegeven aan deze oproep.

Antonie Frederik Zurcher was de eerste wapentekenaar die voor de Hoge Raad van Adel tekende. Hij moest onder een zeer hoog werktempo werken, door het hoge aantal ingezonden wapenschilden in de beginjaren. Hij kreeg de instructie om snel en nauwkeurig te werken. De voorbeeldtekeningen moesten zonder enige geringe verandering worden nagetekend, zodat er geen misverstanden over zouden ontstaan. De verzoeken waren veelal voorzien van zeer summiere beschrijvingen, in enkele gevallen zelfs zonder beschrijving of toelichting. Mogelijkheden om de informatie te verifiëren was destijds beperkt. Als de kleuren onbekend waren werden de wapens in de rijkskleuren (goud en blauw) uitgevoerd. Met name in de periode 1816-1819 werden daardoor veel fouten gemaakt. Afbeeldingen en beschrijvingen komen niet altijd overeen, soms ontbreekt de beschrijving zelfs. Later ontstond daardoor de vraag of nu de afbeelding of juist de beschrijving leidend zou moeten zijn. De stelregel is dat bij de latere wapens de beschrijving leidend is. De wapens uit de periode 1816-1819 daarentegen kennen gebrekkige beschrijvingen terwijl de afbeeldingen (die in sommige gevallen honderden jaren in gebruik zijn of waren) niet eenvoudig te veranderen zijn. Als een wapen verbeterd moet worden kan een nieuw wapendiploma aangevraagd worden.[3]

Vanaf 23 april 1919 kwam er met een Koninklijk Besluit een aanzienlijke verbetering door de instelling van richtlijnen rondom de wapenverlening.[4] Tijdens de Tweede Wereldoorlog gingen de verleningen door, 3 wapens door de Hoge Raad van Adel, 23 wapens onder de verantwoording van de (waarnemend) secretaris-generaal van het Ministerie van Algemene Zaken. Na de oorlog viel de verantwoording weer onder Binnenlandse Zaken, de diploma's gingen via de Hoge Raad van Adel.[3]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Egbert Wolleswinkel, 'Wapentekenaars van de Hoge Raad van Adel', in: Wapenregister van de Nederlandse adel. Hoge Raad van Adel 1814 - 2014. [Zwolle, 2014], p. 633-640.