Loudi Nijhoff
| Loudi Nijhof | ||||
|---|---|---|---|---|
Loudi Nijhoff (1962) | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Volledige naam | Louise Nijhof | |||
| Geboortedatum | 29 oktober 1900 | |||
| Geboorteplaats | Amsterdam | |||
| Overlijdensdatum | 1 augustus 1995 | |||
| Overlijdensplaats | Amsterdam | |||
| Land | ||||
| Werk | ||||
| Beroep(en) | actrice | |||
| (en) IMDb-profiel | ||||
| (mul) TMDb-profiel | ||||
| ||||

Louise (Loudi) Nijhoff (Amsterdam, 29 oktober 1900 – aldaar, 1 augustus 1995) was een Nederlands actrice.
Familie
[bewerken | brontekst bewerken]Nijhoff werd in 1900 in Amsterdam geboren als dochter van boekhandelaar Paulus Nijhoff en Georgine Louise Funke. Zij was een kleindochter van de Haagse uitgever Martinus Nijhoff, een nicht van dichter en toneelschrijver Martinus Nijhoff en een schoonzus van de Amsterdamse burgemeester Gijs van Hall, die getrouwd was met haar zuster Emma. Tussen 1932 en 1935 was ze getrouwd met architect Curt Karl Emil Wolf. Tussen 1936 en 1947 (echtscheiding) was ze getrouwd met arts Willem Frederik Noordhoek Hegt. Hun dochter Saskia Noordhoek Hegt werd op latere leeftijd na eerst antropologie te hebben gestudeerd regiseusse. Loudi Nijhoff werd begraven op De Nieuwe Ooster. [1]
Toneel
[bewerken | brontekst bewerken]Ze vond zichzelf een opstandig kind, dat tegen de wil van haar ouders aan het toneel wilde. Een studie Nederlandse taal en letterkunde brak ze af; ze werd er ongelukkig van. Een reis naar Parijs of Wenen moest lucht geven. Met een schuin oog richting toneel werd het Wenen, waar ze haar toneelopleiding ging volgen bij onder meer Hans Brahm. Ze debuteerde in 1925 in het Duitse Ulm, waar haar ouders kwamen kijken. Ze zagen in dat verder protesteren geen zin had. Ze zou een aantal jaren optreden in Duits-sprekende landen. In 1929 sloot ze zich aan bij het Vereenigd Tooneel van Eduard Verkade en Dirk Verbeek, maar woonde ook enige tijd op Mallorca toen de Spaanse Burgeroorlog uitbrak, waardoor bijvoorbeeld uitvoeringen onder Joodse regisseurs onmogelijk werden gemaakt. Vervolgens werkte ze onder Albert van Dalsum, August Defresne en Cor van der Lugt Melsert.
Nijhoff beheerste de kunst zowel moderne als klassieke vrouwenrollen te kunnen spelen. Zo was zij onder meer Badeloch in Vondels Gijsbrecht van Aemstel, Elisabeth in Don Carlos van Schiller, Saint Joan in het gelijknamige stuk van Shaw en vertolkte ze de vrouwelijke hoofdrol in Clair-obscur (L'amante anglaise) van Marguerite Duras. Voor deze laatste rol werd haar in 1972 de Theo d'Or toegekend die zij op principiële gronden weigerde.[2] Zij vond prijsuitreikingen een verouderd verschijnsel en protesteerde tegen het “bekrompen en conservatieve toneelklimaat”, hoewel ze in 1966 nog wel de Colombina in ontvangst nam voor haar spel in Obaldiade 1234.
Vanaf 1974 was het enige tijd stil, maar tussen 1984 en 1989 speelde zij als krasse tachtiger in nog vier films (zie hieronder). Ze was een aantal docent aan de Toneelschool Arnhem, maakte nog deel uit van de experimentele groep Studio van Kees van Iersel en in de jaren tachtig bewegingstheater BEWTH. Daartussen zat nog een eigen productie L’Amante anglaise van Marguerite Duras.
Filmografie (selectie)
[bewerken | brontekst bewerken]- 1958: Jane Eyre - Mrs. Reed
- 1960: Romeo en Julia in Berlijn - Hanna Brink
- 1969: De Blanke Slavin
- 1970: De Heks van Haarlem
- 1972: Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer? (televisieserie) - Fee Kerfstok (Episode 2.3)
- 1974: Het huis aan de gracht - Louises moeder
- 1984: Bastille - vroedvrouw
- 1985: Het bloed kruipt - mevrouw Scheerling
- 1987: Van geluk gesproken - moeder Kalk
- 1989: Zwerfsters - Louise
- Hanny Alkema, Als je dat gevoel van overleven krijgt, dan leef je eigenlijk al niet meer (overzicht tot 1989). Trouw (20 april 1989). Geraadpleegd op 1 september 2025 – via Delpher.
- ↑ Dochter, Familieberichten: Bericht van overlijden. de Volkskrant (4 augustus 1995). Geraadpleegd op 1 september 2025 – via Delpher.
- ↑ "Loudi Nijhoff weigert Theo d'or", NRC Handelsblad, 18 mei 1972. Geraadpleegd op 29 oktober 2024.