Maat (muziek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Maat of metrum (Grieks: μετρον, maat) is de regelmatige wijze waarop in de muziek de geaccentueerde en ongeaccentueerde delen elkaar afwisselen. De basis wordt daarbij gevormd door een metrum waarin de beklemtoonde en onbeklemtoonde delen elkaar om en om afwisselen, zoals bij de klok met slinger: tík, tak, tík, tak enz, of bij het lopen: línks, rechts, línks, rechts enz.

Doordat het beklemtoonde deel op natuurlijke wijze ook een groter deel van de tijd kreeg toebedeeld (agogisch accent), ontstond een metrum met een beklemtoond deel dat twee keer zo lang duurde als het onbeklemtoonde deel. Door deling van dit beklemtoonde deel in tweeën verkreeg men een metrum in drieën. In zo'n driedelig metrum heeft een van de delen een hoofdaccent, de beide volgende geen accent. Omdat in de tweedelige en driedelige maat naast het hoofdaccent geen nevenaccent voorkomt, noemt men ze enkelvoudig. In andere maatsoorten wordt het deel met het hoofdaccent gevolgd door meer dan twee andere delen. Door de grotere afstand tussen de beklemtoonde delen krijgen na twee of drie tellen een of meer andere delen een nevenaccent. Zulke maten daarom heten samengesteld: zij lijken samengesteld te zijn uit twee- en driedelige maten.

Omdat in veel muziek de maat in grote delen van een stuk gelijk blijft, is er een kleinste eenheid, beginnend met een beklemtoond deel, waarin de maat tot uitdrukking komt. Een dergelijke eenheid wordt ook een maat genoemd. Een gedeelte van een muziekstuk met maten van dezelfde ritmische structuur, wordt voorafgegaan door een aanduiding van de maatsoort, waarin het aantal tellen, de lengte van die tellen en de afwisseling van accenten worden gespecificeerd. Maten worden in de muzieknotatie van elkaar gescheiden door maatstrepen. Op deze wijze is men ook in staat te verwijzen naar een specifieke sectie van een muziekstuk (Vanaf maat 89 begint...).

Indeling maatsoorten[bewerken]

Binair (tweedelig) Enkelvoudig (2/2, 2/4, 2/8 etc.)
Samengesteld: Met binaire onderverdeling(4/2, 4/4, 4/8, etc.)
Met ternaire onderverdeling (6/8, 12/8, 6/16, etc)
Ternair (driedelig) Enkelvoudig (3/2, 3/4, 3/8, etc.)
Samengesteld: Met ternaire onderverdeling (9/8, 9/16, etc)
Onregelmatige maatsoorten Combinaties van binair + ternair (2+3, 3+2+2, 2+3+2+2 etc.) (voorbeeld: het aksakritme)
Combinaties van maatsoorten met diverse pulssnelheid (2/4+3/8 etc.)
Valeurs ajoutees (vb. 3/4+1/16)
Complexe maatsoorten (vb. 2/5, 3/7, 17/12 etc., zelden gebruikt)

Voorts wordt soms een scheiding aangebracht tussen divisief en additief gebruik van maatsoorten. Zo zijn veel klassieke werken divisief (de maatgroepen zijn in periodes te verdelen), en in sommige barokmuziek maar vooral in exotische muziek vinden maatopeenvolgingen plaats die vanuit een onderverdeling moeilijk te begrijpen zijn, zoals in veel balkanmuziek, waar bijvoorbeeld een reeks maten als volgt kan plaatsvinden: 3/8 + 2/8 + 2/8 + 3/8 + 5/16 + 2/8 + 6/8 + 3/4 + 2/16 enz.

Zie ook[bewerken]