Margry

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Nederlandse tak van de van oorsprong katholieke Franse en Waalse familie Margry is vooral bekend vanwege de bouwmeesters en architectenbureaus die onder die naam vanaf omstreeks 1865 tot heden in Nederland actief zijn (geweest).

Architecten[bewerken | brontekst bewerken]

Jan Margry[bewerken | brontekst bewerken]

De eerste bouwmeester van de familie was Jan F.J. Margry (1834-1858). Hij overleed op 24-jarige leeftijd en er zijn niet meer dan enkele (bekroonde) schetsontwerpen van hem bekend. Hij was een van oprichters van Architectura et Amicitia, het genootschap dat in 1855 in Amsterdam werd opgericht teneinde architecten, beeldhouwers en aanverwante kunstenaars met elkaar te verbinden.

Evert Margry[bewerken | brontekst bewerken]

Evert J. Margry (1841-1891) richtte als eerste een zelfstandig architectenbureau op. Hij verhuisde daartoe van Amsterdam naar Rotterdam, teneinde daar nieuwe markten aan te boren. Tevoren had hij ervaring opgedaan bij het bureau van de in Amsterdam gevestigde architect Pierre Cuypers. Evert Margry was daar onder meer de opzichter voor de bouw van Cuypers' Sint-Dominicuskerk in Alkmaar.

Albert Margry[bewerken | brontekst bewerken]

Everts jongere broer, Albert Margry (1857-1911) kwam in 1880 bij het Rotterdamse bureau werken, tezamen met de geassocieerde architect J.M. (Jos) Snickers (familie van (aarts-)bisschop P.M. Snickers). Tot aan zijn dood bleef Evert Margry als ontwerper echter bepalend binnen het bureau. De associatie met Snickers, aangegaan ten aanzien van de decoratie en de inrichting van de (kerk)gebouwen en niet voor de architectuur als zodanig, werd in 1908 weer ontbonden. Albert zette daarop het bureau alleen verder voort.

Jos Margry[bewerken | brontekst bewerken]

Door Alberts plotselinge dood in 1911 werd zijn zoon Jos Margry (1888-1982) gedwongen zijn studie Bouwkunde in Delft af te breken. Hij werd op jonge leeftijd directeur van het architectenbureau en het atelier voor kerkelijke kunst. Het atelier stond in die jaren onder leiding van de kunstschilder Adolf J.H. van Rijen.

Bijdragen[bewerken | brontekst bewerken]

In totaal hebben deze bouwmeesters tientallen neogotische, neoromaanse en eclectische kerken, pastorieën, gestichten, ziekenhuizen etc. gebouwd, voornamelijk in Noord- en Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Een aantal daarvan is ondertussen verdwenen, gesloopt in vooral het laatste kwart van de twintigste eeuw vanwege de ontkerkelijking, andere zijn juist als rijksmonument aangewezen. In de jaren twintig van de 20e eeuw, onder Jos Margry, werd het neogotische en neoromaanse bouwen meer en meer verlaten en werd ook een modernistische stijl gehanteerd. Jos Margry behoorde tot de eerste wederopbouwarchitecten van het gebombardeerde Rotterdam. Het bombardement betekende tegelijk het verlies van diverse door de familie ontworpen gebouwen in het stadsbeeld.

Evert Margry was daarnaast ook actief als restauratiearchitect van een aantal middeleeuwse monumenten, waaronder de St. Lievens Monstertoren te Zierikzee en de N.H. kerk te Brouwershaven.

Andere telgen[bewerken | brontekst bewerken]

Verschillende kinderen, klein- en achterkleinkinderen van Jos Margry zijn ook in de architectuur en/of stedenbouw terechtgekomen, onder wie Jan P.J. Margry (1913-2001), Fons Margry (1915-1995) en Joost Margry (1922-2015). Van de hand van zoon Joost Margry, die voornamelijk werkzaam geweest is in Noord-Brabant en Noord-Limburg, is in 2013 het gemeentelijk Sportcentrum Breda als rijksmonument van de wederopbouwperiode (1940-1965) aangewezen.

Enkele naamdragers[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

  • ‘Statistiek in het Bouwwezen’, in: Bouwkundig Weekblad 3 (1883) p. 200, 206. [tot 1883 gebouwde kerken van E.J. Margry]
  • Jan Kalf, De Katholieke kerken in Nederland (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1906) p. 193-194, 196-197, 201, 211-212, 225-226, 248-250, 254-256, 260, 262-264, 273-276, 280-282, 305, 308-309, 323-326, 331-334.
  • Eugen Gugel & J.H.W. Leliman, Geschiedenis van de bouwstijlen in de hoofdtijdperken der architectuur, dl. 2 (Rotterdam: D. Bolle, ca. 1915) p. 397-398, 416.
  • Bibliotheek voor de moderne Hollandse architectuur, dl. 5, afl. 2: Jos. Margry - Architect te Rotterdam (Rotterdam: G. Schueler, 1918)
  • A.Th.C. Kersbergen, Katholiek Kralingen in den loop der tijden (Rotterdam: Peters, 1947) p. 59 - 62.
  • ‘Margry, Albertus Arnoldes Joës’, in: De Katholieke Encyclopedie, dl. 17 (Amsterdam, 1953, 2e dr.) p. 254.
  • H.P.R. Roosenberg, De 19de eeuwse kerkelijke bouwkunst in Nederland (Den Haag: Staatsuitgeverij, 1972) p. 58-59
  • H. van Helvoort, De 'Kerkbouw-Stichting' in het bisdom 's-Hertogenbosch en haar voorgeschiedenis en beschrijving van enige kerken, gebouwd door de architecten Margry (onuitgegeven typoscript, ca. 1975-1980).
  • Ruimtelijke ordening in Noord-Brabant. Vriendenbundel voor ir. J.P.J. Margry bij zijn afscheid als directeur van de provinciale planologische dienst ('s-Hertogenbosch: Provincie Noord-Brabant, 1978).
  • Hans van der Wereld, ‘Een verloren schepping van architect E.J. Margry’, in: Oude Hollandse Kerken 11 (1980) p. 20-26.
  • L.J. Hoffman, ‘J.C.F. Margry, 1882 - 1982’, in: Rotterdams Jaarboekje 9e reeks jrg. 1 (1983) pp. 171-174 (Rotterdam: W.L. & J. Brusse, 1983)
  • ‘J.P.J. Margry’, in: Encyclopedie van Noord-Brabant, dl. 3 (Baarn: Market Books, 1986) p. 26.
  • ‘E.J. Margry’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland, dl. 3, red. J. Charité (Den Haag: RGP, 1989) p. 395-396.
  • Donald Lambert e.a., Balans tussen architektuur en stedebouw. Ontwikkelingen in Noord-Brabant en Nederland tussen 1950 en 1990. Uitgave ter gelegenheid van het afscheid van ir. J.J. Margry als directeur van het buro Margry en Van Hoytema bv, architekten - stedebouwkundigen - adviseurs - te Breda ('s-Hertogenbosch: Polis, 1990).
  • Peter Jan Margry, ‘Bouwen onder Antonius. Devotionalisering via de Bossche Kerkbouwstichting’, in: Leon van Liebergen (red.), Antonius. De kleine en de grote (Uden: Museum voor religieuze kunst, 1995) p. 25-35.
  • Hans Ibeling, Americanism. Nederlandse architectuur en het transatlantische voorbeeld. Dutch Architecture and the Transatlantic Model (Rotterdam: NAi Publishers, 1997) p. 48-49.
  • Joosje van Gees, Architectuurgids Breda (Rotterdam: uitgeverij 010, 2002)
  • Dorine van Hoogstraten & Ben de Vries, Monumenten van de wederopbouw in Nederland 1940-1965. Opbouw en optimisme (Rotterdam: NAi010 uitgevers, 2013) p. 259.