Meester van de geleliede grisailles

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Scènes uit het leven van Constantijn, f10v uit ‘De vinding en translatie van het lichaam van de H. Antonius’, The J. Paul Getty Museum.

De Meester van de geleliede grisailles is een anonieme miniaturist die actief was in Rijsel omstreeks 1460 à 1480. Hij werkte er in ongeveer dezelfde periode als de Meester van Wavrin en de Meester van de Champion des dames met wie hij veel stijlkenmerken deelt.[1]

Zijn noodnaam kreeg hij omwille van het feit dat hij voornamelijk in grisaille werkt en omdat hij de randen van zijn miniaturen dikwijls versierde met naast elkaar geplaatste heraldische lelies, die uit het kader steken. Deze ornamentatie kan men bijna als een handtekening van deze meester interpreteren.[2] In de Engelstalige literatuur wordt vaak naar deze meester gerefereerd als The Master of the Brussels Romuléon.

Hij wordt in Rijsel gesitueerd omwille van zijn werk voor Jean de Wavrin maar hij werkte ook voor andere opdrachtgevers zoals Filips de Goede, Lodewijk van Gruuthuse, Anton van Bourgondië, Filips I van Croÿ en Karel I van Croÿ en in samenwerking met andere kunstenaars zoals de Meester van de Girart de Roussillon, de Meester van Johannes Gielemans, Lieven van Lathem en de Meester van het Gulden Vlies van Wenen en Kopenhagen die niet in Rijsel gevestigd waren.

Stijl[bewerken]

De meester schildert zijdeachtige eenkleurige miniaturen zowel op papier, waarbij ze een blauwachtige toon krijgen, als op perkament wat een matter en donkerder aspect geeft. Hij schilderde evenwel ook in semigrisaille zoals in de manuscripten ‘De vinding en translatie van het lichaam van de H. Antonius’ (The J. Paul Getty Museum, Ludwig XI 8), de ‘Quattuor novissimis’ (Koninklijke Bibliotheek Brussel, ms. 9048) en de ‘Receuil des histoires de Troie’ (Parijs, Arsenal ms.3692).[1]

Zijn landschappen bestaan uit golvende weiden met hier en daar kleine bergjes vol met planten, Bomen zijn dikwijls niet veel meer dan een verticale streep met dun en doorzichtig lover. Architecturale elementen missen diepte en volume.

De vouwen in de gewaden van de personages zijn soms versierd met blauwe strepen. De figuren hebben kleine voetjes en hun schouders lijken naar achter getrokken, wat hen een kunstmatige kromming geeft. Hun statige voorkomen vinden we ook terug bij de Meester van de Champion des dames. De tengere benen en de manier waarop ze staan, hebben ze dan weer gemeen met de figuren van de Meester van Wavrin. De gezichten van de figuren zijn steeds geïndividualiseerd, zelfs in grote groepen. De meester had een zwak voor bijzondere hoofddeksels van eigen inventie en fantasie.

Receuil des histoires de Troie, frontispice

Toegeschreven werken[bewerken]

Weblinks[bewerken]