Mensuur (blaasinstrument)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De mensuur van een blaasinstrument is de verhouding tussen de lengte en de doorsnede (dikte) van de (conische, anticonische of cilindrische) buis (en dito diens trillende luchtkolom). Deze mensuur is bepalend voor de laagste en de hoogste tonen die een instrument kan voortbrengen.

Zo heeft bijvoorbeeld een tuba een wijde mensuur, waardoor de grondtonen (bastonen) aan kracht winnen. Een hoorn daarentegen heeft een veel nauwere mensuur; daardoor is de klank boventoon rijker, en heeft dit instrument tevens een veel grotere ambitus.

De grootte van een orgelpijp wordt in voeten gemeten, bijvoorbeeld prestant 8 voet. Mensuren worden berekend in mensuurtabellen voor elke noot.