Nationaal Bevrijdingsleger (Colombia)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Flag of ELN.svg

Het Nationaal Bevrijdingsleger (Spaans: Ejército de Liberación Nacional of ELN) is een Colombiaanse guerrillabeweging die sinds 1965 actief is. De groep telt ongeveer 3500 tot 5000 strijders en is daarmee een stuk kleiner dan de FARC was. De ELN is marxistisch georiënteerd.

Geschiedenis[bewerken]

De ELN werd in 1964 opgericht door Fabio Vásquez Castaño, die lange tijd, samen met zijn familie, belangrijke posten in de organisatie innam. De dood van de eveneens aan de groep verbonden priester Camilo Torres zorgde ervoor dat eind jaren zestig veel katholieken, vooral uit de armere klassen, zich aansloten bij de beweging. Veel meer dan bij de FARC lag het accent bij de ELN al meteen bij militaire acties en gewapende acties hebben altijd een centrale plaats ingenomen. Van 2002 tot 2007 werd er echter wel deelgenomen aan vredesbesprekingen met de regering, maar dit leidde niet tot concrete resultaten. In april 2008 kondigde de ELN aan weer aan de onderhandelingstafel plaats te nemen. Ondanks de onderhandelingen ging de ELN door met militaire acties en ontvoeringen. Zo werden in mei 2016 de Spaanse journaliste Salud Hernández en twee Colombiaanse journalisten enige tijd gegijzeld,[1] en in juni 2017 de Nederlandse programmamaker Derk Bolt en diens cameraman Eugenio Follender.[2] Deze werden na zes dagen weer vrijgelaten.

Volgens een schatting van de Verenigde Naties, gepubliceerd in 2008, was tot dan toe 12% van alle moorden op burgers in de Colombiaanse conflicten gepleegd door guerrilla's van de FARC en de ELN, 80% gepleegd door rechtse paramilitairen en de resterende 8% begaan door veiligheidstroepen.[3]

Leiding[bewerken]

De ELN werd vanaf 1973 geleid door de Spaanse priester Camilo Perez, ook wel El Cura Perez. Na zijn dood in 1998 werd de leiding overgenomen door Nicolás Rodríguez Bautista, alias Gabino. In 2008 was het woordvoerder Francisco Galán die aankondigde dat de ELN wilde terugkeren aan de onderhandelingstafel. Hierop werd hij door de ELN afgezet als woordvoerder, al kreeg hij wel toestemming voor de onderhandelingen.[4]

Externe link[bewerken]