Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De NBP, Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen is een Nederlandse vereniging, opgericht in mei 1919, gevestigd in Den Haag. De NBP is opgericht om te zorgen dat werknemers na hun pensionering niet meer in armoede vervielen. In de decennia na 1945 werd bereikt dat pensionering voor veel mensen geen armoede meer betekent.

Positie van de NBP De NBP is onafhankelijk van zowel politieke stromingen als van sociale partners en de NBP richt zich uitsluitend op het behartigen van belangen van de huidige en de toekomstige gepensioneerden. Daarom kiest de NBP voor dat stelsel dat in belang is van deze twee groepen, zowel werknemers als gepensioneerden. Door de diverse samenstelling van zijn ledental hecht de NBP sterk aan een onafhankelijke positie, dit in belang van zijn leden en geïnteresseerden.

De NBP neemt actief deel in de discussie over het pensioenstelsel in Nederland. Ook heeft de NBP, samen met andere verenigingen, steeds meer een rechtstreekse discussie met de besturen van pensioenfondsen. De NBP baseert zich hierbij op feiten. Belangrijk is dat deze feiten in onderlinge samenhang worden getoond, want een halve waarheid is vaak erger dan een hele leugen. Ook kiest de NBP voor duidelijke aannames in de discussie en hecht aan transparantie.

Tevens werkt de NBP samen met andere organisaties en is de NBP aangesloten bij de KNVG, Koepel van Nederlandse Verenigingen van Gepensioneerden.

Uitgangspunt van de NBP De NBP is een voorstander van het huidige pensioenstelsel, waarbij wel enige verbeteringen dienen te worden aangebracht. Belangrijk is dat de rechten van de deelnemers en gepensioneerden worden verbeterd. Ook is van belang dat in de wetgeving de juridische verhouding bij de uitvoering van de pensioenovereenkomst duidelijker worden vermeld.

In Nederland nemen de meeste werknemers deel in een pensioenregeling als onderdeel van hun arbeidsvoorwaarden. Deze werknemers hebben daardoor een vordering op de pensioenuitvoerder van hun pensioenovereenkomst, zoals een pensioenfonds of verzekeraar. Een belangrijke voorwaarde bij deze vordering is dat deze pensioenuitvoerders voldoende rendement maken op de beleggingen van de ontvangen premies. Deze pensioenuitvoerders zijn daarmee de schuldenaren en de deelnemers en gepensioneerden zijn hun crediteuren. De NBP houdt als uitgangspunt dat werknemers, die verplicht deelnemen in pensioenregelingen, recht hebben op die toegezegde pensioenen, zolang aan de voorwaarden van de regeling wordt voldaan.

Geschiedenis van het pensioen in Nederland In maart 1947 werd de “Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds” ingevoerd, waardoor veel werknemers een pensioen gingen opbouwen. De PSW, de Pensioen- en Spaarfondsen Wet, werd in 1954 ingevoerd. Werkgevers werden toen verplicht hun pensioenregeling, zoals toegezegd aan hun werknemers, uit te laten voeren door een pensioenfonds of door een verzekeraar. Het pensioen van werknemers en gepensioneerden was daardoor veilig gesteld bij een faillissement van de werkgever. In 1957 werd de AOW ingevoerd, zodat alle inwoners in Nederland in ieder geval een basisinkomen na pensionering ontvingen. De AOW, de Algemene Ouderdoswet werd in 1964 en in 1974 structureel verhoogd. In de jaren ´80 en ´90 van de vorige eeuw hebben de sociale partners in overleg met de rijksoverheid gezorgd voor het wegwerken van de witte vlekken. Witte vlekken waren de bedrijfstakken en ondernemingen, waarin de werknemers niet deelnamen aan een pensioenregeling. In zomer 1994 kregen deelnemers het recht om hun opgebouwde aanspraken over te dragen aan de pensioenuitvoerder van zijn nieuwe werkgever. De NBP heeft aan deze verbeteringen actief bijgedragen.

Huidige ontwikkelingen van het pensioen in Nederland Helaas zijn de recente ontwikkelingen bij het huidige pensioenstelsel in Nederland negatief. Hoewel pensioenfondsen goede beleggingsrendementen in de afgelopen 15 jaar hebben behaald, gemiddeld 5,3% bij een inflatie van 2%, mogen veel fondsen de pensioenen niet verhogen voor de gestegen prijzen. Hogere indirecte belastingen vormen overigens een groot deel van deze prijsstijging. De reden dat fondsen pensioenen niet indexeren en zelfs korten ligt bij de zeer strenge wetgeving in Nederland, veel strenger dan in andere landen van de EU. Fondsen worden gedwongen relatief steeds meer middelen aan te houden voor de toekomstige uitbetaling van pensioenen.

Externe link[bewerken]