Ocko Scharlensis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ocko Scharlensis (zijn voornaam wordt ook wel als Okke, Ockem of Ocka vermeld, zijn achternaam wordt ook vermeld als Van Scharl, Van Skarl, Scarlensis of Scharlensem. Ocko Scharlensis wordt soms ook vermeld als Ocko van Warns) leefde volgens Andreas Cornelius in de 10e eeuw maar was een geromantiseerd middeleeuws geschiedschrijver.

De werkelijkheid wordt door Joke van der Wiel in het nawoord bij de door haar verzorgde uitgave van Jacob van Lenneps De roos van Dekama als volgt omschreven:

De kroniek van Scarlensis zou omstreeks 970 samengesteld zijn uit stukken van nog ouder datum. In de veertiende eeuw zou Johannes Vlijtarp (Vlie-terp) de geschiedenis hebben voortgezet, terwijl tegen het einde van de zestiende eeuw Andreas Cornelius van Staveren het werk voltooide en uitgaf. In 1597 werd de kroniek voor het eerst gedrukt, maar er zijn tevens diverse handschriften in omloop. In werkelijkheid was zij geheel van de hand van deze Andreas Cornelius, een Harlings organist: een ‘typisch humanistische vervalsing’, die door Waterbolk een staaltje van ‘geleerde razernij’ wordt genoemd.