Ontfriezing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oorspronkelijke en huidige geografische verspreiding van de Friese talen

Ontfriezing is een taalhistorische ontwikkeling die plaatsvond in Nederland en Duitsland, waarbij de oorspronkelijke Friese taal werd ingewisseld voor het Nederlands in Noord- en Zuid-Holland, en het Nedersaksisch in Groningen en Oost-Friesland. Deze taalwisseling trad grotendeels op tegen het einde van de Middeleeuwen als gevolg van politiek en economische factoren waardoor het Fries langzaam werd verdrongen.[1].

Fries taalcontinuüm[bewerken | brontekst bewerken]

Het Fries maakte ooit deel uit van een taalcontinuüm dat zich langs de Noordzee uitstrekte vanaf de huidige grens met Vlaanderen tot aan de Weser in Duitsland. Dit taalcontinuüm liep door aan de overzijde van de Noordzee in Engeland. In de achtste eeuw veranderde het Fries zodanig dat het zich ging onderscheiden van de omringende talen. Deze taal staat tegenwoordig bekend als het Oudfries en werd gesproken in Nederland van boven de rivieren tot in het Duitse Bremen.

Ontfriezing van Noord- en Zuid-Holland[bewerken | brontekst bewerken]

Rond 720 veroverden de Franken de Nederlandse kust tot aan het Vlie op de Friezen en kwam dit gebied onder Frankische invloed te staan. Vanaf die periode is sprake van een sterke invloed van het Frankisch op het Fries en raakte in de loop van Middeleeuwen Zuid-Holland ontfriesd. Het Fries handhaafde zich in Noord-Holland nog een aantal eeuwen noordelijk van villa Ekmundensis in de huidige landstreek West-Friesland.[2]. Na de verovering van West-Friesland in 1285 door graaf Floris V kwam ook hier het Fries geleidelijk onder druk te staan van het uit het Frankisch ontstane Hollandse dialect. Rond 1600 was het Fries op enkele taaleilandjes na verdwenen.[3]. Niettemin heeft het huidige Westfriese dialect nog duidelijke Friese kenmerken.

Ontfriezing in Groningen en Oost-Friesland[bewerken | brontekst bewerken]

In Groningen liep de ontfriezing parallel met de opkomst van de Saksische stad Groningen vanaf de 13e eeuw. De stad had enorm veel invloed op de Ommelanden van de provincie Groningen en de provincie Friesland. Als gevolg hiervan kwamen er veel Nedersaksische woorden terecht in het Fries dat in Groningen gesproken werd. Het Fries fuseerde met het Saksisch van de stad Groningen waardoor het Gronings kon ontstaan. Het Gronings ontstond ongeveer rond het jaar 1350.

Net zoals het Ommeland van de stad Groningen hebben de Oostfriese gewesten sinds de middeleeuwen met een “ontfriezing” te maken gehad, die het Fries, op één enkele belangrijke enclave als het Saterfries na, heeft verdrongen. Het "versaksischen" van het Oosterlauwers Fries gebeurde in de verschillende periodes. Omstreeks 1500 was Oost-Friesland nagenoeg ontfriesd. In Harlingerland tot aan de Wezer duurde het proces nog een eeuw langer, rond 1600 was ook hier het Fries verdwenen. In Wursten, een gebied in het noorden van de Duitse deelstaat Nedersaksen waar vroeger Friese emigranten zich hebben gevestigd sterft het het Fries rond 1700 uit. Behoudens het Saterfries handhaaft het Fries zich tot in de 19e eeuw op de geïsoleerde Friese waddeneilanden. Op Wangerooge het laatste Friese eiland waar nog Fries gesproken overleden in 1950 de twee laatste sprekers.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]