Vernederlandsing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Onder vernederlandsing of vernederlandsen wordt het proces van taal- en cultuurassimilatie verstaan, waarbij oorspronkelijk niet-Nederlandstaligen of oorspronkelijk niet-Nederlandstalige gebieden overgaan op het Nederlands. Het kan hierbij om minderheden of meerderheden gaan.

De term vernederlandsen kan verder ook slaan op het omzetten van oorspronkelijk anderstalige woorden naar het Nederlands.

Nederland[bewerken]

Nedersaksisch[bewerken]

Een duidelijk voorbeeld hiervan is het gebied in Nederland waar oorspronkelijk Nedersaksisch werd gesproken, op de Veluwe en ten oosten van de IJssel. Het Nederlands heeft daar in de loop der tijd steeds meer de oorspronkelijke taal vervangen en verdrongen. Dit proces is nog steeds gaande. Sprekers van alleen het Nedersaksisch zijn nog wel te vinden, maar ze zijn meestal bejaard en worden zeldzaam. Tweetalige gezinnen, Nedersaksisch thuis en Nederlands op school en in (een deel van) het openbare leven, zijn er nog genoeg, maar hun aantal loopt wel terug. Een aanzienlijk aantal oorspronkelijke sprekers van de streektaal kiest ervoor om hun kinderen volledig Nederlandstalig op te voeden. Een belangrijk argument daarvoor is dat men denkt dat de kinderen dan binnen het Nederlandstalige schoolsysteem betere kansen krijgt.

Fries[bewerken]

Binnen het oorspronkelijk Friese taalgebied is er ook sprake van een bepaalde mate van vernederlandsing, in die zin dat er steeds meer mensen tweetalig worden. Het behoud van de Friese taal is echter geborgd[bron?] in het erkennen daarvan door de overheid als een autochtone minderheidstaal en een bepaalde standaardisering, in tegenstelling tot het Nedersaksisch.

Voornamelijk door migratie van Friestaligen van het platteland naar de niet-Friessprekende steden en de immigratie van Nederlandstaligen van buiten de provincie naar het Friese platteland, is het percentage inwoners van Friesland dat het Fries als huistaal hanteerde tussen de jaren 1950 en begin jaren 1980 van 71% afgenomen tot 59%. De Friese taal zelf raakte ook verder vernederlandst.[1]

Uit onderzoek van taalwetenschapper Geert Driessen (Radboud Universiteit Nijmegen) uit 2016 bleek dat het percentage Friese sprekers gestaag afnam tussen 1994 en 2014, ten gunste van het Nederlands. In die periode liep het aandeel Friessprekende kinderen binnen het gezin terug van 48% naar 32% en buiten het gezin van 44% naar 22%. Het percentage ouders dat onderling Fries sprak, zakte van 58% naar 35%. Volgens Driessen is er 'over twee generaties weinig meer van over', omdat men niet meer het Fries zal kunnen lezen en vooral schrijven. Het Nederlands zou het nog een paar generaties langer uithouden dan het Fries, maar Driessen dacht dat 'alles naar het Engels gaat.'[2]

België[bewerken]

Bestuurstaal[bewerken]

Vernederlandsing wordt in België ook gebruikt om de (her)invoering van de Nederlandse taal in bestuurszaken, onderwijs en het leger aan te duiden. Alhoewel de Belgische Grondwet taalvrijheid waarborgde, was de bestuurstaal er gedurende lange tijd de facto Frans. Men spreekt soms ook van Vervlaamsing.

Bekende gebeurtenissen zijn de vernederlandsing van de universiteiten van Gent en van Leuven.

Taalgrens[bewerken]

In de Voerstreek vindt tegenwoordig opnieuw een gedeeltelijke vernederlandsing plaats na een jarenlange verfransing van het gebied.

1rightarrow blue.svg Zie Taalstrijd in de Voerstreek voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In enkele Waalse gemeenten aan de taalgrens doet zich een vernederlandsing voor doordat veel Vlamingen naar Wallonië uitwijken wegens de goedkope bouwgrond aldaar.